Home

Zien

door Johan Polak & Frans Goddijn
Het toneelstuk 'Le Cocu Magnifique' van Fernand Crommelynck beleeft een tournee door ons land. Ton Verbeeten, de schitterende, melancholieke columnist onder de recensenten, noemt het "een merkwaardig melodrama, dat met ironisch geweld over je heen komt". Het is oorspronkelijk in 1920 in het Frans geschreven door de Belg Crommelynck. Deze stond een surrealistische farce voor ogen, gemodelleerd naar 'Othello' van Shakespeare. Jaloezie als de alles voortstuwende en vernietigende kracht:

O vloek van de' echt,
Dat wel die teed're wezens de onzen zijn,
Haar lusten niet! Een pad ware ik veel liever,
Die leeft in vunzen kerkerdamp, dan dat ik
Van 't wezen, dat mij 't liefst is, 't kleinste hoekjen
Met and'ren deel.

[Othello III.3 vert. Burgersdijk]

Othello, de Moorse veldheer in dienst van de republiek Venetië, verdenkt zijn vrouw van overspel en vermoordt haar tenslotte. Bruno, de hoofdrol in het toneelstuk van Crommelynck, is dronken van liefde voor zijn beelschone gade Stella. Petrus, zijn jeugdvriend, moet van hem haar schoonheid zien. Wanneer zij op dringend verzoek van haar verliefde man haar kleed even openslaat en Petrus enkel een bescheiden blik werpt, wordt Bruno gek van twijfel. Is Stella hem eigenlijk wel trouw? Tenslotte snelt het hele dorp toe om zich lijfelijk te overtuigen van Stella's schoonheid ("omdat zij hem het bewijs uit het ongerijmde moet leveren van haar trouw", schrijft Verbeeten). De schrijver had het stuk bedoeld als een lange monoloog van Bruno die verslag doet van zijn erotische hersenschimmen. In de legendarische enscenering van Meyerhold (1922) moet de opvoering een schokkende gebeurtenis zijn geweest.

Eerder dan op Shakespeare lijkt het gegeven echter terug te voeren op Herodotus en wel op het verhaal van Kandaules. In de zeventiende eeuwse vertaling van Dr. Olfert Dapper luidt het: 'Dees Kandaules had zijn vrouw zeer lief, en was door liefde der mate verblint, dat hem docht, dat zy de schoonste van alle vrouwen was. Hy dit zich vast inbeeldende, prees, in tegenwoordigheit van Gyges, die de zoon van Daskylus, en een zijner Lijfwachten was (want wonder wel moght hy dezen Man zetten, en liet ook op hem 's Rijks gewightighste zaken aenkomen) de schoonheit zijner vrouwe boven maten.'

Gyges moet en zal haar naakt zien, ondanks zijn luide protesten: 'komt een vrouw hare rok uit te trekken, t'effens trek zy ook haere schaemte uit.' Maar hij is verplicht, hij kijkt en ook de vrouw van Kandaules ziet. Zij laat Gyges de keuze: of zelf sterven omdat hij gezien heeft wat hij niet behoorde te zien, of haar man Kandaules doden en haar tot vrouw nemen. Hij kiest voor het laatste, wordt daarmee koning en dat betekent het einde van zijn vriend en broodheer Kandaules, zelfvernietigend verliefd op zijn eigen vrouw... of even verliefd op zijn kameraad, met de verdrongen wens het intiemste met hem te delen?