Home

Wak

door Johan Polak & Frans Goddijn
Het baggergat, waaruit ooit een schier eindeloze colonne vrachtwagens aarde heeft vervoerd die door zuigers eruit was gehaald, ligt er doorgaans verlaten bij. De zuiginstallaties zijn verdwenen, jonge wilgen groeien in de diepe sporen van het wagenpad. Iets buiten de stad gelegen, trekt het wijde water wandelaars uit de buurt en soms een wagen die illegaal puin komt storten. Het is bepaald geen parkvijver: langs de wal zijn holen te zien van ratten, soms liggen dode dieren - een meeuw, een kat, een grote vis met open bek - op de vettige kade. Nu het water is dichtgevroren, wordt het ineens weer druk. Ik schaats met mijn vriendin aan de hand, terwijl onze jongste dochter op ongeslepen speelgoedschaatsen bedrijvig om ons heen krabbelt, haar enkels naar buiten gezwikt. We passeren een eilandje, niet meer dan een plukje struiken en een boom, waarop in de lente zwanen ongestoord nestelen, en ik zie dat vlak daarachter een ruim wak is gebleven, waaromheen wat vogels behoedzaam zijn neergestreken. Dan schrikken wij: het kind is niet meer te zien - vanachter het eilandje klinkt haar gehuil... Ik vlieg, meer struikelend dan schaatsend, om het eilandje heen en zie haar, op het ijs zittend, onbewust van het wak enkele meters naast haar. Ze is alleen maar gevallen en heeft zich bezeerd aan het koude ijs.

(.....)
People have thought she tried to cross the lake
At Lochan Neck where zesty skaters crossed
From Exe to Wye on days of special frost.
Others supposed she might have lost her way
By turning left from Bridgeroad; and some say
She took her poor young life. I know. You know.
(.....)

(Vladimir Nabokov, "Pale Fire")

Zij had, dacht men, 't meer over willen gaan
Bij Lochan Neck, waar drieste schaatsers dat
Soms deden als het hard gevroren had,
Van Exe naar Wye. Of: Bij Bridgeroad was zij
Linksaf geslagen en verdwaald; maar wij,
Wij weten van de zelfmoord van ons kind.

In de, overigens meesterlijke, vertaling van Peter Verstegen, is de beklemming, van de ouders die wel weten, maar er met elkaar niet over durven praten, verloren gegaan.

E. du Perron, die op de dag van de capitulatie - 14 mei 1940 - aan een hartaanval overleed, heeft een prachtig gedicht gewijd aan de dood. Hij beschrijft op de licht-cynische praattoon, waarop hij het patent bezat - met het gevolg dat hij als dichter is ondergewaardeerd - de vele manieren waarop men sterft:

(.....)
De kleine meisjes die door de ijslaag schoten,
wier doodskreet tot een sliertje stoom bevroos
en naar wier lijkjes niemand heeft gedoken,
het kind uit de achterbuurt dat achteloos
met kokend water, telkens weer, wordt overgoten.
(.....)

[Gebed bij de harde dood]