Home

Venedig

door Johan Polak & Frans Goddijn

Venedigs Löwen, sonst Venedigs Wonne,
Mit eh'rnen Flügeln sehen wir ihn ragen
Auf seiner kolossalischen Kolonne.

Ich steig'an's Land, nicht ohne Furcht und Zagen,
Da glänzt der Markusplatz im Licht der Sonne:
Soll ich ihn wirklich zu betreten wagen?

[August von Platen 1820]

"Venetië doet zich op haar heerlijkst open wanneer men haar traag tegemoet zeilt, als een middeleeuwse zeeman laverend tussen de eilanden van de lagune." Dit schrijft mijn vriend, professor Leo Mok in zijn 'MEMORIA' ("Ik schrijf die voor mijn kinderen, want wat weten zij eigenlijk van mijn leven? Zij kennen mij als een soms wat brommerige maar over het geheel uiteindelijk wel meegevallen vader, als je zijn eigenaardigheden op de koop toe hebt genomen"). "De toerist", zo gaat hij voort, "die een Italitripje heeft gekocht, wordt bij aankomst in een snelle rondvaartboot, de 'diretto', geladen en vaart over het reeds door Canaletto duizendmaal vereeuwigde Canal Grande rechtstreeks naar het geadverteerde hoogtepunt van de reis: het San Marcoplein. Daar mag hij wat rondkijken, de duiven voeren en een kiekje van zichzelf laten maken. Maar Venetië moet behoedzaam en vooral langzaam worden betreden. Piazza di San Marco is een eindpunt, geen begin van het bezoek. In de intieme stad van grachtjes, bruggetjes, straatjes en pleinen vind je weinig toeristen maar des te meer Italianen."

In mei 1974 betreedt Mok, aldus zijn MEMORIA, zo een plein, in de stille tijd na het middagmaal, terwijl Italianen op de caféterrassen zitten uit te rusten. Een Venetiaanse vader probeert er met zijn zoontje een vlieger op te laten. Telkens mislukt het. Wanneer het jongetje de vlieger heeft gelost, trekt vader wel, maar hij laat het touw onvoldoende vieren. De vlieger blijft tussen de huizen hangen, wordt gepakt door een valwind en slaat snel draaiend tegen de straat. Moks hollandse hart kan de afwisseling van hoop en teleurstelling op het gezicht van het jongetje niet verdragen. Hij vat moed, loopt op de vader toe, stuntelt wat Italiaans - welke Nederlander kent de Italiaanse vaktermen voor het vliegeren - en neemt het touw over. Hard hollen, snel laten vieren en ja hoor, hij heeft geluk: de vlieger stijgt vlug en net voordat hij weer wordt gegrepen door een verraderlijke wind, is hij boven de daken uit, waar een gestage luchtstroom uit heel andere richting de vlieger pakt. Deze klimt rustig en zeker in de zeewind naar boven. Mok geeft het touw aan het jongetje - molto grazie, Signore - de Italianen beginnen luid te applaudisseren, de vader slaat Mok op een schouder en troont hem mee naar een terras waar hij een bianco moet drinken, waar geweldig en onverstaanbaar tegen hem wordt gesmoesd, hij antwoordt "si, si en er volgt méér wijn en een 'frutta di mare'. Iemand begint een lied te zingen, anderen stemmen in, er wordt met volle overgave gezongen, tot iemand op de klok kijkt. Het plein stroomt leeg, onder veel gelach en 'alla riverderci'."

Reglos nachtet das Meer.
Stern und schwärzliche Fahrt
Entschwand am Kanal.
Kind, dein kränkliches Lächeln
Folgte mir leise im Schlaf.
[Georg Trakl 1909]