Home

Sjabloon

door Johan Polak & Frans Goddijn
"Pottekijkers hebben we hier niet nodig, zei ze snibbig!"

We zitten aan tafel en V, mijn dochter van negen roept dit uit, opkijkend van haar bord. Het blijkt een citaat te zijn uit een serie meisjesboeken. Ze heeft deze boekenreeks - iets te ouwelijk voor haar leeftijd - van haar dertienjarige zusje geleend. De verhalencyclus over de strapatsen van een drieling die door toeval gescheiden is opgevoed, heeft haar lang geboeid, maar er is iets dat haar niet bevalt. Vandaag is het haar duidelijk geworden wàt haar erin hindert: zonder de term 'cliché' te kennen, heeft ze deze herkend. Ze barst los, daartoe aangemoedigd door ons lachen:

"Zij houdt wijselijk haar mond.... maar Janneke zou Janneke niet zijn als ze haar mond had gehouden en jubelt het uit... die woorden doen Janneke zichtbaar goed, maar haar zusje lacht zoetzuur en laat snel het puntje van haar tong zien. Ze verschiet van kleur en de anderen slaan dubbel van het lachen... 'joepie!' klinkt het als uit één mond. 'ja, dat zal wel', zegt ze liefjes, maar haar ogen fonkelen boos... en een verdwaalde kus belandt op het puntje van haar neus."

Het stemt me trots dat V de sleetse plekken in de taal onderkent, maar het valt nog te bezien of ze deze later zelf ook zal vermijden. Hoe moelijk dit is, blijkt regelmatig uit manuscripten die mij bereiken als vervolg op mijn weinig succesvolle vrijage met het uitgeversvak. Ook nu ligt er zo'n tiksel op mijn bureau - eigenlijk geen tiksel, maar een printsel. Elke ambitieuze aspirant-schrijver heeft tegenwoordig een PC en een printertje, waarmee grove letters en grijze alinea's in uitgevulde tekstkolommen worden gegoten.

"J vindt F geen ongeschikte peer, maar zijn zuster vind hij maar een narrig luxe-poppetje dat nijdig wordt als ze niet onmiddellijk haar zin krijgt en het leuk vindt de jongens een figuur te laten slaan... ze vervelen zich te pletter en gaan onder een handkar liggen. Uit die positie genieten zij boeiend aanschouwelijk onderwijs over het vrouwelijk lichaam... onzinnige discussies volgen, waarin de frivoolheid bepaald niet uit de weg wordt gegaan. Al gauw is het jennen geblazen over en weer... ja, de liefde kan ook onder de meest bizarre omstandigheden soms hoog oplopen!"

Briefschrijvers die ongevraagd hun manuscripten bijsluiten, krijgen doorgaans een factuur van mij toegezonden. Nadat deze is voldaan, ontvangen ze hun romanpapier terug - met commentaar. De intellectuelen die idiosyncrasie hadden verward met oorspronkelijkheid, verbreken daarna meestal het contact. Een Jordanees echter, die in rap bargoens zijn dikke boek had vervaardigd over onsmakelijke details uit het woeste leven van een transsexueel in de jaren zestig, nam mijn ongezouten kritiek sportief op en betaalde dubbel voor een tweede redactieronde. Zijn printsel was gitzwart en professioneel gezet in een fraaie drukletter. Ik kan niet zeggen dat ik veel van mijn bemoeienis herken in het boek dat daarna is verschenen, maar naar verluidt loopt het, rijk geïllustreerd, in bepaalde winkels uitstekend en tonen zelfs buitenlandse 'boekenclubs' belangstelling.

Marguerite Yourcenar gaf met genoegen advies aan dichtende briefschrijvers, zo lees ik in haar biografie:

"Enkele raadgevingen betreffende de poëzie (voor zover men raad kan geven):

(...) uitkijken voor pasklare en door slijtage vormloos geworden woorden (verrukkelijk, charment, mooi, enz). Men kan ze gebruiken, maar moet ze dan zuiveren en een nieuwe waarde geven door ze samen te brengen met andere, heel sterke en heel zuivere woorden. Altijd de eenvoudigste uitdrukking nemen (...), maar bedenken dat de eenvoudigste uitdrukking nooit de banaalste is, integendeel: het is die welke regelrecht uit de dingen voortkomt zonder door enige conventie te zijn beïnvloed."