Home

Seine

door Johan Polak & Frans Goddijn
Pim van Lommel, een Arnhemse cardioloog, vraagt zijn patiënten, door hem uit een klinische dood weer tot leven gewekt, naar mogelijke herinneringen aan hun verblijf tussen hier en 'gene zijde'. Niet zelden spreken herstellenden over indrukwekkende lotgevallen, vol schoonheid en berusting, die hun het verdere leven zullen bijblijven. Hij is niet de enige met deze belangstelling: natuurlijk heeft Hollywood kasgeld geroken en fluks de film 'Flatliners' geschoten, waarin jonge verpleegkundigen elkaar tot de rand van de dood brengen en, als het lukt, weer tot leven brengen.

'Gij kunt niet raden met wat liefde wonderbaar
De groote diepe zee ik minnen moet,
Sinds, vader, gij met eigen lijfsgevaar
Mij opbracht uit haar vloed.

'En dagen lag ik, niet, zoo stil alsof ik sliep
Achter gordijngedonkerd raam
En hoorde niet of moeder riep
Mij bij mijn eigen naam?-

'Hoe kan ik anders dan gelukkig zijn
Bij dit geluk dat uit uw oogen lacht
Zoo teêr dat nimmer zonder tranenschijn
Het wordt herdacht?

'Maar o de zee en o de droom
Waar ik mij nog niet op bezinnen kon,
Maar waar ik weg uit kwam zoo traag, zoo loom,
Juist toen het mooist begon!'

[P.C. Boutens 'Stemmen' 1907]

Kurt Weill zette in 1934, toen hij zijn Duitse publiek door toedoen van Hitler had verloren, in Parijs een somber gedicht van Maurice Magre op muziek, 'Complainte de la Seine'. De wrede tekst verhaalt van hetgeen zonder illusies ten onder is gegaan en in het diepe water, tussen modder en slijk, vergetelheid vindt. Op een langspeelplaat, in 1981 in kleine oplage gemaakt door Ben Bagley ("Who is Incurably Insane"), staat de vertolking, vertaald door Anna Cataneo. Een beroemde zangeres ("her identity shall remain my secret forever") had verstek laten gaan en werd vervangen door Nancy Andrews. Haar Amerikaanse vertolking is onovertroffen! De hoes getuigt van de 'last-minute' bijdrage - haar foto ontbreekt erop.

"Deep down in the Seine there's a glimmer of gold, of rusty ships, of diamonds and knives... deep down in the Seine there are bodies grown cold, deep down in the Seine are tears of wives...deep down in the Seine there's a glimpse of a flower...it lives on the mud, it lives on the slime [.....]".

Een raadselachtige, dreigende schoonheid. Wanneer ik het hoor, moet ik denken aan Boutens' gedicht en aan een (verdwenen) foto van hem, staande op de treeplank van een vierkante, zwarte automobiel, gechauffeerd door zijn huisknecht, Cor van Duyvenbode. Zou lezer Simon van Duyvenbode, die onlangs twee Spui-stukjes van streng maar rechtvaardig commentaar voorzag, in een oud fotoalbum nog een kiekje bezitten van Opa achter het stuur met een onbekende Oom op de brede treeplank?

Voetnoot: Ben Bagley "and my cat Fogerty are often lonely and would appreciate hearing from you c/o Painted Smiles, 116 Nassau Street, Room 516, NY NY 10038 USA".