Home

Oscilloscoop

door Johan Polak & Frans Goddijn
Hoewel electronica op het gymnasium niet als afzonderlijk vak werd onderwezen, en mijn liefhebberij toen al bijna uitsluitend letteren betrof, had ik op mijn kamer een kleine experimenteer-inrichting. Chemische stoffen, een Bunsen-brander, glazen kolven en allerhande electronica. Pronkstuk was de oscilloscoop: een grijze metalen kast, zwaar en groot, vol robuuste schakelaars en draaiknoppen. Midden op het paneel een rond, groen scherm, stevig verankerd en met een glazen plaat afgedekt. Het apparaat leek onderdeel te zijn van een onderzeeboot, zoals ik me die voorstelde. Het scherm als een patrijspoort met zicht op de duistere wereld van de zee. Voorop deze kast was een dunne, zware kabel bevestigd, die zich met een grijpvingertje aan het uiteinde kon vasthaken op wrijwel elk gewenst punt van een electronische schakeling. Zichtbaar werd een gekrioel van lijnen, de weergave van kolkende stromingen die doorgaans na veel gedraai een kalm beeld, een zachtjes voortglijdende sinusgolf opleverde. Ik wist onvoldoende van electronica om aan deze golf conclusies te verbinden, om de schakeling, die hiermee werd geopenbaard, te duiden. Maar de "heffingen, die naar het zenith klommen, (en de) zinkingen, waarin werd uitgevierd het diepste zwichten" [Leopold CHEOPS], hielden niet op mij te fascineren. Door de kabel werd uit de test-schakeling een stroom aangevoerd die een groene stip op en neer deed gaan. Opkomst en ondergang.

Arnold Heumakers schreef in een boekbespreking in De Volkskrant over het besef van opkomst en verval, gezien tegen de gedachte van voortgang van tijd. De oude Grieken, zo schrijft Heumakers, zagen "het historische verloop als een cyclus waarin het lot hoogstens de gradaties van de achteruitgang mocht bepalen. Pas het Christendom bracht daar verandering in door de cyclische opvatting van de tijd te vervangen door een lineaire. Voortaan werd elk moment eenmalig en onherhaalbaar, een stap op de weg naar het uiteindelijke heil dat de mensheid in het hiernamaals deelachtig zou worden."

In het verzenbundeltje OOSTERSCH, dat J.H. Leopold bij leven in slechts zeventig exemplaren liet verschijnen en dat nu tot de zeldzaamste boeken behoort op de Nederlandse antiquarenmarkt - gelukkig is de tekst in verzameluitgaven alom verkrijgbaar - staat het volgende:

Mijn boom heeft kweeën tegen ooft, dat glanzend was en honingzoet, // De top is over en het pad ligt afwaarts voerend voor mijn voet.

Gedronken is wat van den wijn de klare opperbloesem is, // Er rest mij nu nog ééne slok, een slok, die niets dan droesem is...

Op het eerste gezicht geen voortgang, geen vooruitgang, maar een besef dat het is is afgelopen. Het blijkt níet afgelopen: immers, uit "het doodkisthout" komt een eerste amandelbloem te voorschijn. De cyclus van leven en vergaan blijft in stand. Zoals de sinus in de oscillocoop.