Home

Schrei

door Johan Polak & Frans Goddijn
Claudia en Martin, een Zwitserse vriendin van ons en haar Duitse man, wonen met hun grote gezin in de Westfaalse boerderij die Martin, naar plaatselijk gebruik, als jongste zoon heeft geërfd. Op enige afstand zijn we deelgenoot van ieders levensloop: we zijn bij hun trouwerij geweest en bezoeken elkaar sindsdien jaarlijks. De "grote mensen" spreken dan onafgebroken, dagenlang, terwijl de kinderen zich llengs verenigen tot één groep wildebrassen, zich bedienend van kindertaal, razend van het ene speeltuig naar het andere - in en om de boerderij is alles hun domein. Paulchen, de op een na jongste zoon, warde vorig jaar 's avonds zelfs met een zaklantaarn, vrijwel ongekleed rond de "Hof". Alleen een hemd hield hij aan, soms. Hij klom zonder pijn in bomen en droeg altijd zijn mascotte mee. Geen pop of beer, maar een kleine zwarte hamer. Wanneer hij zich had gestoten riep hij niet "Mama", maar zocht hij zijn lievelingswerktijg, terwijl hij verdrietig "Hamme? Hammer?" zong. Inmiddels gaat hij "modisch" gekleed naar de kleuterschool. Zijn kleine broertje Joschka praa nu in een vrijwel onverstaanbare woordenstroom. Wanneer hij nie wordt begrepen, zegt hij, kalm en duidelijk: "Noch einmal." Daarna herhaalt hij heel de lange brabbelformule, geduldig, net zolang als nodig is.

Na een maaltijd, groten en kleinen tesamen, krijgt Stefan een suikerklonje, vervolgens Daniel een pakje van twee en Stefan tegelijk een tweede klontje. Stefan , iets jonger dan Daniel, voelt hierin een verschil, een onrecht, dat hij aanvankelijk niet kan bevatten. Terwijl de gesprekken aan tafel verder gaan, zet hij steeds grotere ogen op, zuigend op zijn eerste, kijkend naar zijn tweede klontje, tot hij volschiet en jamerend, huilend, slissend zijn klacht uitschreeuwt: "Eine ganze Packng! Eine ganze Packung!" (het geheel is meer dan de som der delen). Paul is intussen van zijn stoel gegleden en klimt recht omhoog, tegen de keukenkat naar de bovenste klep, vlakbij het plafond, waarachter de suiker wordt bewaard. Bijna bij zijn hoge doel gekomen - zijn moeder druk in discussie met Stefan over het vermeende verschl tussen een pakje of twee losse klontjes - verliest hij zijn greep op het gladde hout en valt met een smak tegen de plavuizen. Op slag is het doodstil n de keuken. Claudia neemt haar zoon op, maa aul blijft stram in haar armen, ademloos, zijn ogen onbewogen. Seconden verstrijken. Dan slaakt Claudia een kreet, het galmt diep uit haar op: "Schrei!"

(...) da schrie er auf
und schrie's hinaus und hielt
es nicht und schrie
wie seine Mutter aufschrie beim Gebären.

[Raine Maria Rilke: Alkestis]

Paulchen opent zijn mond, huilt hikkend en omarmt haar.