Home

Risjes

door Johan Polak & Frans Goddijn

Dr. J.A. van Doorn, emeritus hoogleraar sociologie in Rotterdam, heeft bijna tien jaar lang wekelijks een column geschreven voor NRC Handelsblad. Zijn columns waren prachtig geformuleerd en getuigden van een grote en ongewone eruditie. Terwijl niemand blijk gaf de dichteres en haar verzen te kennen, haalde hij feilloos de beste versregels van Christine D'haen naar voren. Nu is hij als columnist op dood spoor gezet en een ander zal zijn plaats innemen. Hij is gevallen, hij die zo mooi kan schrijven en wiens columns ik geregeld uitknipte om ze nog eens over te lezen en daarna op te bergen in mijn archief, hij moest zijn pen neerleggen. Joodse lezers zullen bij lezing van zijn omstreden bijdrage hebben gedacht: "Hij kon zijn risjes niet laten". Een vaste, bij Joodse families gebruikelijke, uitdrukking, bestemd voor diegene, die onverwachts als antisemiet uit de hoek komt.

Ik herinner mij dat ik als tiener, kort na de oorlog, moest worden gekeurd voor militaire dienst. De keuringsarts beluisterde mij, want ik had door een kortstondig verblijf in een nederlands concentratiekamp misschien een lichte TBC-besmetting opgelopen. Maar het bleek mee te vallen en ik werd goedgekeurd. De dokter keek nog eens naar mijn Joodse naam op een systeemkaart en zei terloops "jullie hebben je toch wel angstig snel hersteld!" Ik vroeg hem kalm wat hem in dat herstel zo beangstigde? Hij gaf geen antwoord. Ik bleef staan en keek hem geduldig aan. Hij stikte bijna in zijn blozend zwijgen.

Du Perron heeft in het midden van de jaren dertig in de bundel "In Deze Grootse Tijd" een gesprek weergegeven. Hitler was in Duitsland aan de macht en het voor-en-tegen van antisemitisme kwam vaak ter sprake.

" 'En voor degenen die joodse vrienden en vrouwen hebben, wil ik hier opmerken dat ik persoonlijk nooit een behoorlijke Jood ontmoet heb en dat mijn joodse vrouw mij bedrogen heeft.' Er is stilte; tot iemand vraagt: 'Dus bent u wèl anti-semiet?' 'DUS ben ik GEEN anti-semiet!' klinkt het antwoord verwoed."

Veel wordt er geschimpt op Henriëtte Boas wanneer zij in een ingezonden stuk in een van de dagbladen protesteert tegen naar haar oordeel onjuiste berichtgeving in Joodse zaken en de lezer informeert over de werkelijke toedracht. Men vindt haar partijdig en beschouwt haar als een querulante. Maar niet zelden gaan velen pas in discussie nadat zij de eerste bres heeft geslagen in de heersende opinie. Ik zou niet weten wie in staat zou zijn om, wanneer zij ooit de pen neerlegt, deze van haar over te nemen.