Home

Rilke

door Johan Polak & Frans Goddijn

Rainer Maria Rilke, de beroemde, op het laatst van zijn leven - hij overleed in 1926 - aanbeden dichter, was na de tweede wereldoorlog in vergetelheid geraakt. In West-Duitsland hadden naoorlogse letterkundigen weinig met hem op. Het ergste wat na l945 een debuterende dichter kon overkomen, was de uitspraak: 'Er Rilkt...' In het marxistische Oost-Duitsland beschouwd als 'een impopulair en onvruchtbaar dichter', bleef hij lange tijd verboden, een lot dat hij deelde met enkele andere duits- en franstalige schrijvers, die als decadent-fascistisch of burgerlijk-cosmopolitisch werden beschouwd. Echter: het goede kan uit het zicht verdwijnen, verdoemd door dwergen, die zichzelf reuzen wanen, maar komt later des te stralender weer te voorschijn! Rilke is opnieuw in de aandacht, waaruit hij, wat Nederland aangaat, nooit is weggeweest. Verscheidene van zijn uitgaven beleven in ons land herdruk op herdruk. Wouter Blok, Wim Bronzwaer, Cor Jellema en Peter Verstegen hebben zich doen kennen als onderlegde vertalers van Rilke's mooiste verzen. Ook het kleine proza, voornamelijk brieven (Rilke was een epistolair talent van de eerste orde), zijn in het nederlands verkrijgbaar. De Amsterdamse uitgeverij BALANS heeft de biografie van de hand van Wolfgang Leppmann, RAINER MARIA RILKE, LEBEN UND WERK (München 1981), mooi, hoewel niet foutloos, vertaald door Theodor Duquesnoy, in de handel gebracht. Voor de weergave van vers-citaten, in het nederlands kundig herdicht, tekende, voorzover vertalingen niet beschikbaar waren, de Nijmeegse dichter Frans Roumen. Een uitvoerige en gedegen Rilke-biografie. Wolfgang Leppmann was niet de eerste biograaf. Hij had een voorgangster: E.M. Butler, tamelijk negatief echter op het persoonlijke vlak, wat haar door Rilke-bewonderaars is kwalijk genomen. Hij zal ook de laatste niet zijn, want na hem publiceerde Donald Prater een wonderlijk opeengepakte levensbeschrijving met humor en af en toe lichte ironie. Evenmin echter als de andere vorsers naar leven en werk, heeft Leppmann volledig vat gekregen op de raadselachtige mens. Rilke blijft controversieel en roept vragen, die onbeantwoord blijven, al is aan het einde van deze eeuw meer bekend dan in de jaren vlak na zijn dood. Wat staat vast? Vooreerst zijn naam, die klinkt als een vers, wat zo is gewild, daar hij onmiddellijk is ingegaan op de suggestie van een vriendin om zijn roepnaam René te veranderen in Rainer. Deze vriendin, Lou Andreas-Salomé geheten, stond ooit in nauwe betrekking tot Friedrich Nietzsche. Veel mannen dongen naar haar gunst en toen zij naderhand op de hoogte kwam van een nieuwe vorm van psychotherapie, psycho-analyse genaamd, trof zij kort daarop de vader van de psycho-analytische beweging zelf, Sigmund Freud, die, als zovelen, onmiddellijk grote genegenheid voor haar opvatte. Zij zou Rilke zelfs hebben aangeraden om in psycho-analyse te gaan, iets wat hij beslist heeft geweigerd, bevreesd om niet alleen van zijn neuroses te worden verlost, maar ook van zijn dichterschap, dat voor hem een zware last betekende, maar tegelijk doel en vervulling van zijn leven. Wel heeft Rilke Freud ontmoet, bij welke gelegenheid Freud hem toevertrouwde een beetje jaloers te zijn: Anna Freud kende verzen van Rilke uit haar hoofd! Het is echter bij deze ene samenkomst gebleven. Lou Andreas-Salomé, vriendin, al kort na hun kennismaking geliefde, en levenslang toeverlaat nadat de liefde van Rilke weer voor vriendschap had plaatsgemaakt, bracht hem in Rusland, een cultuurkring die vlak naast de zijne lag, daar Rilke, hoewel duitstalig, afkomstig was uit Praag. Lou Andreas-Salomé, van baltische oorsprong en in St. Petersburg, het latere Leningrad, opgegroeid, reisde met Rilke door het uitgestrekte land. Een bezoek aan Tolstoi, de stokoude, ongemakkelijke graaf, hoorde in die tijd tot de verplichte ondernemingen. Tolstoi en zijn landgoed waren bedevaartsoord, van de schrijver ging veel invloed uit, sommigen noemden zich zelfs 'Tolstoiaan' en ook in ons land hebben enkele mensen tot ver in deze ee uw geleefd, die in vroegste jeugd de legendarische schrijver mochten bezoeken en daar naderhand prachtig over wisten te vertellen. De schilderachtige armoede (zoals dat toen heette), de woeste schoonheid van het land, inspireerden Rilke. Zijn vroege werk staat in het teken van Rusland, zij het alleen de esthetisch-ascetische kanten ervan, het landelijk-zuivere, het sobere, het monniksachtige. Rilke begon russisch te leren en er zijn gedichten van hem overgeleverd, geschreven in de russsische taal, welke hij overigens nooit goed heeft beheerst... Het leven als monnik had Rilke, ondanks het huwelijk dat hij omstreeks diezelfde tijd was aangegaan met Clara Westhoff (uit welke verbintenis zijn enige dochter Ruth is geboren), erg aangetrokken. Rilke's eerste werk, dat de status van een klassiek boek heeft verkregen, is DAS STUNDENBUCH (1905). Zeker heeft Rilke middeleeuwse getijdenboeken voor ogen gehad, toen hij aan deze gdichten werkte. Tegenwoordig worden die verzen minder hoog aangeslagen, maar aan populariteit hebben zij daardoor niet verloren. De filosofe Hannah Arendt vertelt hoe jonge duitse intellectuelen uitsluitend het late werk van Rilke plachten te lezen, de elegieën en de sonnetten, de minder geschoolde lezers daarentegen het STUNDENBUCH. Rond 1900 vond Rilke aansluiting bij de kunstenaarsgroep van Worpswede, waar hij zijn toekomstige vrouw heeft ontmoet, Clara Westhoff, beeldhouwster, die op het einde van de negentiende eeuw leerling was in het atelier van Rodin, wat inhield dat de meester een enkele maal eigenhandig iets verbeterde aan haar werk. In 1902 had Rilke de opdracht aanvaard een monografie te schrijven over Rodin. Rodin leerde Rilke kijken en raadde hem aan iedere dag enige uren in de dierentuin door te brengen. De verzen van Rilke worden onder invloed van Rodin meer concreet.

In de voorafgaande periode had Rilke in een tijdschrift DIE WEISE VON LIEBE UND TOD DES CORNETS CHRISTOPH RILKE gepubliceerd. Toen de pas gestichte Insel-Verlag een goedkope reeks begon en deze op raad van Stefan Zweig werd geopend met de CORNET, verkreeg de tekst op slag grote bekendheid. In 1959 waren al meer dan een millioen exemplaren verkocht. Rilke heeft steeds betreurd dat dit kleine werk juist in de eerste wereldoorlog zo geliefd raakte: de soldaten droegen het mee in hun ransel. Het leek of de schimmen van Rilke's droeve jeugd alsnog vroegen om genoegdoening. Zijn jeugd immers had Rilke doorgebracht op de Militär- Unterrealschule in Sankt Pölten maar dit instituut, nog voor hij als cadet had kunnen worden beëdigd, verlaten. Zijn militaire verleden vervulde hem met weerzin, maar hij is er nooit van losgekomen. Na het verschijnen van de CORNET waren de schimmen uit het verleden nòg niet tot rust gebracht. Zij blijven Rilke achtervolgen, bijna tot aan het einde van zijn leven. Met dit prozagedicht en met GESCHICHTEN VOM LIEBEN GOTT (1904), opgedragen aan Ellen Key, de zweedse pedagoge, vestigde Rilke zijn naam.

In 1902 verscheen de eerste uitgave van DAS BUCH DER BILDER, dat enige jaren later, sterk uitgebreid, werd herdrukt. Nu doet de invloed van Parijs de verschrikkelijke stad, zich gelden. Hoe de verschrikkingen van Parijs in zijn verbeelding hebben doorgewerkt, blijkt uit enkele regels van de vijfde Duineser Elegie:

Plätze, O Platz in Paris, unendlicher Schauplatz,
wo die Modistin, Madame Lamort,
die ruhlosen Wege der Erde, endlose Bänder,
schlingt und windet und neue aus ihnen
Schleifen erfindet, Rüschen, Blumen, Kokarden, Künstliche Früchte -, alle
unwahr gefärbt, - für die billigen
Winterhüte des Schicksals.

Niettemin heeft Parijs hem tot zijn beste werk geïnspireerd. Hier ontstonden enige van de meest bekende verzen uit het BUCH DER BILDER, bijna alle verzen uit de NEUE GEDICHTE I & II en het sombere en aangrijpende DIE AUFZEICHNUNGEN DES MALTE LAURIDS BRIGGE (1910). Dit boek blijkt in existentiële vertwijfeling ver vooruit op andere boeken, die pas na de tweede wereldoorlog zijn verschenen.

Te bedenken dat twee scheppingen van de dichter, het ene over de schitterende ogenblikken van de late nazomer, het ander over de zichtbaar geworden binnenmuren van een afgebroken huis bijna tezelfdertijd zijn geschreven:

Men zag de binnenkant. Men zag op de verschillende verdiepingen kamerwanden waaraan nog behang kleefde, hier en daar het begin van de vloer of van het plafond. Naast de kamerwanden liep langs de hele muur nog een smerig-witte ruimte, en daardoorheen kroop met onuitsprekelijk stuitende, wormzachte, als het ware spijsverterende bewegingende open, roestvlekkige afvoer van de WC-pijp [...]Het onvergetelijkst echter waren de wanden zelf. [...] Uit deze ooit blauw, groen en geel gekleurde wanden, die waren omkaderd door de breukbanen van de verwoeste tussenmuren, wasemde de lucht uit van deze levens, de taaie, trage, muffe lucht die nog door geen wind was verspreid. Daar stonden de middagen en de ziektes en het uitgeademde en de jaren oude rook en het zweet dat onder de oksels losbreekt en de kleren zwaar maakt, en de weeë lucht uit de monden en de foezelgeur van gistende voeten. Daar stond het scherpe van urine en het branden van roet en grauwe aardappelwalm en de zware, gladde stank van ouder wordende reuzel. De zoete, lange geur van verwaarloosde zuigelingen was er en de angstgeur van de kinderen die naar school gaan, en het zwoele uit de bedden van geslachtsrijpe jongens. En veel had zich daarbij gevoegd dat van beneden gekomen was, uit de afgrond van de steeg, die verdampte, en andere dingen waren van bovenaf neergesijpeld met de regen, die boven de steden niet zuiver is.

[MALTE]

Het is een uitzonderlijke beschrijving, vooral in 1910, toen men geen platgebombardeerde en nauwelijks gesaneerde steden kende (Leppmann). Milieubewustzijn was evenzo onbekend. En dan zulk proza "uit de pen van een dichter die kortgeleden nog rozeknoppen, jonge meisjes en heldhaftige jonge voorvaderen had bezongen". Met enkele herfstgedichten, Rilke schreef er meer, bereikte hij meteen de top van zijn kunnen:

HERBST

Die Blätter fallen, fallen wie von weit,
als welkten in den Himmeln ferne Gärten;
sie fallen mit verneinender Gebärde.

Und in den Nächten fällt die schwere Erde
aus allen Sternen in die Einsamkeit.

Wir alle fallen. Diese Hand da fällt.
Und sieh dir andre an: es ist in allen.

Und doch ist Einer, welcher dieses Fallen
unendlich sanft in seinen Händen hält.
[BUCH DER BILDER]

Rilke was intussen secretaris van Rodin geworden en er zijn brieven bewaard gebleven die onmiskenbaar door hem zijn opgesteld - het frans is eigenaardig - met ondertekening door Rodin. Er ontstaan spanningen tussen de beeldhouwer en de dichter: Rilke blijkt twee brieven te hebben beantwoord zonder voorkennis van de meester, alsof deze epistels tot Rilke persoonlijk waren gericht. Rodin barst uit en ontslaat Rilke op staande voet... De boosheid is niet van lange duur, want het tweede deel van de NEUE GEDICHTE is opgedragen aan de grote beeldhouwer die Rilke zien en waarnemen had geleerd. De NEUE GEDICHTE, onnavolgbaar door dichterlijke trefzekerheid, klank en beeldvorming, worden door sommigen beschouwd als het beste van Rilkes werk.

Na MALTE LAURIDS BRIGGE verkeert Rilke in een impasse. Hij ziet geen uitweg, maar ondervindt steun van het echtpaar Kippenberg, dat thans de leiding heeft van de Insel-Verlag en dit bedrijf weet uit te bouwen tot een van de beste uitgeverijen in het duitse taalgebied. Anton en Katharina Kippenberg hebben zich over de dichter ontfermd, zodat aan de materiële nood, die zich soms bij hem voordeed, nu voorgoed een einde is gekomen. Het vroege werk, dat verspreid was gepubliceerd, komt nu onder dak bij één uitgeverij, met de mogelijkheid om vrijwel meteen na de dood van de dichter een voorlopig verzameld werk in zes delen te laten verschijnen. In de jaren voor de tweede wereldoorlog de enig verkrijgbare standaardeditie (1927).

In de jaren die Rilke na MALTE nog waren beschoren, reisde hij en zocht hij inspiratie voor nieuw werk. Deze inspiratie kwam tenslotte over hem als een bevlogenheid, als een militair commando. Verblijvende in 1912 als gast van de vorstin Marie von Thurn und Taxis-Hohenlohe in het slot Duino aan de weinig herbergzame Adriatische Zee, vormden zich in hem onverwachts de zinnen:

Wer, wenn ich schriee, hörte mich denn aus der Engel
Ordnungen? und gesetzt selbst, es nähme
einer mich plötzlich ans Herz: ich verginge von seinem stärkeren Dasein. Denn das Schöne ist nichts
als des Schrecklichen Anfang, den wir noch grade ertragen,
und wir bewundern es so, weil es gelassen verschmäht,
uns zu zerstören.
[...]

Zo ontstaan, als door een hogere macht ingegeven, de DUINESER ELEGIEN, tien klaaggedichten. De eerste twee in Duino voltooid, een derde in l913 in Parijs en de vierde in l9l5 in München. Daarna moet hij bijne een decennium wachten, tot hij de cyclus mag voleinden...

De eerste wereldoorlog was uitgebroken, waarvan hij tot in 1915 weinig last ondervindt. Dan wordt hij onder de wapenen geroepen en geschikt bevonden voor actieve landstormdienst. Veertig jaar oud, gaat de grootste dichter van het duitse taalgebied, gekleed in een haveloos uniform dat al eens eerder door een andere, vermoedelijk gesneuvelde, recruut was gedragen... Rilke wordt geacht ten strijde te trekken als gewoon soldaat. Een foto van de dichter in uniform is bewaard en veelzeggend door de treurnis van zijn gelaatsuitdrukking. Opnieuw hadden de schimmen van zijn militaire jeugdverleden gezegevierd. Talloze vooraanstaanden in de maatschappij nemen het voor de ongelukkige op, die zelf aan het einde van zijn krachten was, geschoffeerd door zijn meerderen - "hoe kan een man nu Maria heten?!" - en bij een oefening flauw gevallen. Uit actieve dienst ontslagen, wordt hij te werk gesteld bij een oorlogsarchief. Rilke is geestelijk verlamd, aan nieuw werk komt hij niet toe. Het lukt hem slechts de sonnetten van Michelangelo en van Louise Labé, de Lyonese dichteres te vertalen, maar de kwaliteit van deze versvertalingen is omstreden.

Na jaren van omzwervingen, waarin hij in de gelegenheid is veel stedelijk schoon, schilderijen en beeldhouwwerk te bezichtigen en met een keur van het europese kunstenaarsdom en intellect in aanraking te komen, trekt hij zich terug in een klein zwitsers kasteel (Muzot). Daar lukt het hem tenslotte in een roes, die twee weken aanhoudt, zijn elegieën te voltooien. De cyclus verschijnt in 1923 en als creatieve toegift schrijft Rilke een reeks sonnetten ter nagedachtenis aan een jonggestorven danseres, het vermaarde DIE SONETTE AN ORPHEUS. Met deze beide bundels beschouwde Rilke, die voorvoeld moet hebben dat hij ernstig ziek was, zijn levenswerk als afgesloten. Hij leert de verzen kennen van Paul Valéry, dan op het toppunt van zijn roem en in Frankrijk beschouwd als de grootste levende dichter. Rilke slaagt erin een aantal van de mooiste verzen van Valéry te herdichten. Zijn brieven uit de laatste jaren spreken van het geluk, dat zùlke verzen konden ontstaan. Hij ontmoet de franse dichter, wordt zelf alom in Europa gehuldigd bij zijn vijftigste verjaardag en sterft een jaar later aan een kwaadaardige bloedkanker, waarvoor ook vandaag geen geneeswijze zou hebben bestaan. De dan jeugdige nederlandse uitgever A.A.M. Stols geeft in l927 een verzencyclus van Rilke uit, getiteld LES ROSES, die de dichter zo graag had zien opgenomen in diens reeks bibliofiele drukken. Valéry staat aan Stols een gevoelige inleiding af, waarin hij Rilke dankt voor zijn streven de franse verzen te laten klinken in een taal die hij zelf niet beheerst: 'Rilke, mon cher Rilke, à qui doivent mes vers de sonner dans une langue que j'ignore?' In het laatste vers vraagt Rilke of hij de roos had moeten buitensluiten. Door het zich prikken aan de doornen van een roos immers openbaarde zich later de vreselijke ziekte die hij al lang onder de leden moet hebben gehad.

Rose, eût-il fallu te laisser dehors,
chère exquise?

(LES ROSES)

Dit vers zet de toon van het vroege afscheid. Op het bericht van Rilke's dood reageerde de wereld geschokt. Met hem ging een van de laatste dichters heen, voor wie het dichterschap de absolute levensvervulling had ingehouden. Zo stierf het interbellum, dat rijk is geweest aan grote talenten en vlug plaats maakte voor crisis, barbarij en verwoesting.