Home

OUDE GEDICHTEN, door Jean Pierre Rawie

door Johan Polak & Frans Goddijn
OUDE GEDICHTEN
Jean Pierre Rawie
1987, Uitgeverij Bert Bakker

Een rasdichter? Waarschijnlijk wel. De Verzamelbundel OUDE GEDICHTEN geeft aanleiding dit te vermoeden, al zijn vele van de opgenomen verzen overladen met mica tranen.

Rawie is "gekluisterd aan toog en schrijftafel", en lijkt te denken dat liefdesleed een welkom excuus is voor drank en poezie. Dit leed wordt steeds gezocht en altijd weer beklaagd, tot in het tweede deel een rijpend dichterschap zich openbaart.

Zo nu en dan maken de verzen de indruk een klassieke CENTO te zijn, in goed nederlands vertaald: een lappendeken, want het vers blijkt opgebouwd uit regels ontleend aan de verzen van andere dichters.

We citeren uit OCTOBER:
"Mijn ramen staan opnieuw op nacht en najaar open,/ weer gaat het waaien langs de ramen naar de gracht./ Ik heb gewacht tot ik op niets meer wilde hopen/ dat wat nog ieder jaar october heeftgebracht./(...)"

Het begin roept onmiddellijk het bekende gedicht van J.C. Bloem op: "Ik open het raam, en laat het najaar binnen." Er zijn nog meer reminiscenties aan verzen van Bloem, en anderen: "de bomen die weer in het laat seizoen verdorren" is afkomstig van Willem Kloos, de regel "Van oude mensen gaan de dingen nu voorbij" zinspeelt op een roman van Couperus, terwijl in het laatste couplet van dit gedicht Martinus Nijhoff dwingend aanwezig is.

Aangezien er ook in de oudheid wel eens een mooie CENTO is geschreven, hoeft zo'n nederlandse lappendeken niet verwerpelijk te zijn, maar nu het niet bij één lappendeken is gebleven, doet de vraag zich voor wanneer Rawie aan deze vorm van epigonisme zal ontstijgen.

"Kom, hef het glas!/ De wijn zal bij 't ontwaken/ wel weer naar as/ en doodsverlangen smaken,(...)".

Deze regels van Rawie doen de lezer meteen naar Omar Khayyam grijpen: "Awake, my little ones, and fill the cup/ Before life's liquor in its cup be dry." (bewerking Fitzgerald)

Tot dan toe vormen de verwijzingen een stimulans voor de lezer om zich te laven aan de bronnen die ook Rawie's dichterschap hebben gevoed. Gevaarlijk wordt het wel in het gedicht "No second Troy". De titel is ontleend aan een van de gedichten van William Butler Yeats. Doet men zoiets, dan betreedt men het pad van de AEMULATIO (wedijver, een term nu ook in zwang in de informatica).

Blijft het nieuwe gedicht achter bij het vers dat de dichter zocht voorbij te streven, dan kan het beter ongepubliceerd blijven.

NO SECOND TROY - Jean Pierre Rawie

Ik heb een vrouw bemind, die best
een tweede Troje zou verdienen,
en die door drank en heroine
onder mijn ogen werd verpest.

Tot ziekbed kromp het liefdesnest,
en ik zou zachtjes willen grienen,
omdat alleen dit klandestiene
sonnetje van ons tweeen rest.

Zo'n veertien regeltjes waarmee je
een tipje van de sluier licht,
wat zout om in de wond te wrijven.

Wat zijn dat toch voor waanideeen,
dat je, verdomd, in een gedicht
'de dingen van je af kunt schrijven'?

GEEN TWEEDE TROJE - William Butler Yeats, vert. A. Roland Holst

Hoe zou ik haar verwijten, dat ze ellende
bracht in mijn dagen, of dat zij voor kort
de onnoozlen opgezweept zou hebben en de
straten en stegen had dooreengestort,
als in hen durf verlangen evenaard had?
Waar kon zij vrede vinden met een geest
die adel simpel als een vuur bewaard had,
met schoonheid als een boog die spant, van 't ras
dat niet meer thuis hoort in een tijd als dezen,
hoog zijnde en eenzaam en niet aan te randen?
wat moest zij met een wezen als haar wezen?
vond zij een ander Troje om te verbranden?

Mooie verzen zijn er vooral in het tweede gedeelte van de verzamelbundel, als Rawie zich eens niet laat inspireren door drankmisbruik en hopeloze begeerte naar koele feministes, maar door de onherroepelijkheid van een afscheid op het kerkhof, of het weerzien met een ex-geliefde, in de berusting dat het leven niet alles geeft wat men verlangt:

KERKHOF

(...)
En half beschaamd en half bewogen
- je ziet jezelf een beetje staan -
heb ik verwonderd overwogen
hoe vreemd de dingen altijd gaan,

hoe onverbiddelijk de liefde
verband houdt met verdriet en rouw,
en of ik als zij nu nog leefde
nog zoveel om haar geven zou.
(...)

Liefde, dood, ontzegging en gemis, zijn de thema's die Rawie verwoordt in een keur van nieuwe en verrassende variaties. Verschillende regels blijven in het geheugen, en juist daarom houden wij hem voor een rasdichter, van wie we veel kunnen verwachten.