Home

door FS / Johan Polak & Frans Goddijn
Juist bezuiden de grote rivieren gelegen, weet de stad Nijmegen haar frisse ondernemersgeest te combineren met vreemde tradities zoals de vierdaagse, zonder te vervallen in onophoudelijke feesten - zo gaat in 's Hertogenbosch geen week voorbij of de stad staat op haar kop in verband met de parade voor een schutspatroon. Nijmegen liet nieuwe bedrijfscomplexen verrijzen op keurig onderhouden industrieterreinen aan haar uiterste boorden. Onder de naam Brabantse Poort wordt nu een voorname kantoorgordel neergezet rond een nieuwe rotonde. Waar nijverheid is, bloeit de dienstensector. Vanuit die wijsheid hebben accountants juist deze Brabantse Poort uitkozen voor hun opvallende, zwenkende kantoor. Al wie Nijmegen straks nadert of verlaat, zal daar in alle grandeur hun gebouw zien.

'SWIFT', een computernetwerk dat voor het verplaatsen van miljarden dollars rond de wereld maar enkele minuten nodig heeft, is door oprichter Bessel Kok ondergebracht in een glazen burcht die de eeuwen kan trotseren: "Met dit gebouw heb ik een statement willen maken, zo van 'hier staan we'. Dit is geen gebouw dat je zomaar wegduwt van deze aarde". Een high profile.

"Op het oog een koning/ ben ik slechts bode", schreef de dichter-zakenman Martin Veltman. En:

Het restaurant heeft kreeft op het menu.
En kaviaar. Niet dat ik dat bestel
maar het toont aan hoezeer ik, ambigu,
van eenvoud soms naar luxe overhel.

Is een deftig gebouw wel nodig? De dienstensector moet dienen. Dit mag met enige charme worden gedaan, zoals de schone verleidster in de Parsifal van Wagner, die vol wroeging naar haar meester kruipt en onweerstaanbaar lief kreunt dat zij voortaan alleen nog wil "dienen! dienen!". Mèt de charme gaat een zekere nederigheid samen voor het aangezicht van de gebieder. Welke fabrikant zou zaken willen doen met een schoonmaakbedrijf dat op groter voet leeft dan hijzelf? Accountants zijn al slimmer dan hun opdrachtgevers. Moeten ze ook rijker lijken? Internationalisatie, zich voortdurend wijzigende regelgeving en automatisering hebben het zakenleven ingewikkeld en turbulent gemaakt. In dit klimaat van risicovolle opties gaat de zakenman eerder te rade bij deskundigen van buiten. Hierop hebben de gedreven mensen in het Nijmeegse gewiekst ingespeeld. De accountant, die het onbeperkte vertrouwen geniet van de bedrijven die hij adviseert, kan nu op stand zijn takenpakket uitbreiden en daarmee zijn declaratie verhogen. Hachelijk, de hoogmoed die de jonge register-accountant ontleent aan zijn (vermeende) onmisbaarheid en onfeilbaarheid - wee degene die het "dienen" vergeet! Zelfs de beste fiscalist maakt fouten. Dit vergeeft de opdrachtgever hem graag, want het toont aan dat hij ook maar een mens is, een hoogbegaafde ploeteraar die wel veel, maar niet alles weet. Hoge bomen vangen veel wind en grote gebouwen pakken een flinke bries mee, wanneer zij frontaal zijn neergezet.

Soms, beroepshalve, loop ik door de gangen
van bankgebouwen, industriekantoren.
Ik zie het talrijk personeel, behorend
tot mijn geachte opdrachtgevers. Rangen

en standen tekenen zich af. De sporen
van jeugdverwachting en verteerd verlangen
hangen achter de glazen scheidingswanden.
Daar zitten ze. Voor daad èn droom verloren.

[uit: Martin Veltman "De zaken en de dood"]