Home

Bleek vuur

door Johan Polak & Frans Goddijn
The sun 's a thief, and with his great attraction
robs the vast sea; the moon 's an errant thief,
and her pale fire she snatches from the sun;

Shakespeare, THE LIFE OF TIMON OF ATHENS

In 1975 ontmoette ik, fietsend door België, Rosemary Bocek die met een rugzak vol boeken op een kleine racefiets het landschap doorkruiste. Ze liet me haar reisbibliotheek zien: voornamelijk romans van Nabokov, toen nog een voor mij onbekende schrijver. We vervolgden ieder onze weg, maar in de maanden na deze ontmoeting ontstond er een intensieve correspondentie: elke dag wisselden we in brieven onze ervaringen uit en aan beide zijden van de oceaan lazen we Nabokov, bespraken zijn werk blad voor blad. De schrijver leefde nog en schreef in alle rust tweehonderd pagina's per jaar. Wij liepen gestaag op hem in, tot de briefwisseling tenslotte was gestrand.

Vijf jaar later ontmoette ik de nederlandse uitgever van Nabokovs mooiste werk. Een zaaltje in de nijmeegse Ooy-polder verwachtte van hem een lezing over Louis Couperus. Een lange, sombere man kwam stil binnenstappen, een zware boekentas in zijn hand. Op slag werd hij het stralend middelpunt van op hem toesnellende jonge literatoren. Hij hield zijn lezing als een vader die zijn grote kring kinderen voorleest. Tijdens de pauze maakten we kennis, en beloofden elkaar te schrijven...

Vladimir Nabokov werd geboren in het laatste jaar van de vorige eeuw, de oudste zoon van een van de vooraanstaande families in het Rusland van de tsaren. Zijn vader, een gematigd progressieve man, was minister van justitie tijdens het parlementaire experiment van Kerensky, dat niet heeft geleid tot een vreedzaam compromis tussen het tsarisme en de communistische agitatoren.

Nabokov had een gelukkige jeugd, waarin hij met volle teugen genoot van de materiële en intellectuele rijkdom van zijn milieu. Als kind sprak hij al frans en engels, en hij las de boeken in zijn vader's bibliotheek. In de winter woonde de familie in de stad St. Petersburg, 's zomers op het landgoed daar ver vandaan, waar Vladimir en zijn moeder vaak de natuur in trokken: zij met een mandje om paddestoelen te zoeken, hij met een groot net op vlinderjacht. Als jongen was hij al een autoriteit op het gebied van lepidoptera, de vliesvleugelige insecten. Hij fantaseerde later dat hij, als de familie in Rusland was gebleven, wellicht zou zijn ondergedoken en verder hebben geleefd als een anonieme sovjet-vlinderkundige.

Wanneer hij met zijn broer in een auto met chauffeur naar school werd gereden, stapte zijn broer tevoren uit om het laatste stuk onopvallend te voet af te leggen, Vladimir daarentegen liet zich afzetten voor de deur van de school die hem niet bijster beviel: een modieuze, moderne school, waar de studenten het voor het zeggen hadden, en de groepsgeest hoger werd gewaardeerd dan het uitmunten van het individu. Nabokov ergerde zijn leraren door in zijn opstellen allerlei engelse en franse uitdrukkingen te verweven: zelf beheersten zij deze talen niet.

De hyperindividualist Nabokov maakte weinig vrienden en bleef ook later, studerend aan een universiteit in Engeland, moeilijk bereikbaar. Volgens zijn studiegenoten speelde altijd een raadselachtige glimlach om zijn mond, alsof hij iets wist dat niemand anders weten kon.

Reeds in zijn tienerjaren erfde Nabokov een miljoenenvermogen van zijn oom, die hem tevens een groot landgoed naliet en een statige woning met een geheim trappenhuis om in geval van nood te kunnen vluchten. Nabokov liet een tweetal, deels mystieke, bundels gedichten verschijnen. Kort daarop brak de revolutie uit en deze maakte een einde aan dit alles. De familie wist op het laatste moment te ontkomen, met wat familiejuwelen als enig tastbaar overblijfsel van deze gelukkige decennia. Nabokov, die zich had voorgenomen een groot russisch schrijver en dichter te worden, voegde zich bij de russische emigranten in Berlijn, en schreef daar verder, in zijn moedertaal. Zijn werk kreeg enkele lezers in de toen nog hechte russische gemeenschap van ballingen.

Naarmate de jaren in Berlijn verstreken, verloren de Russen alle hoop op terugkeer naar hun vaderland en verstomden vele russische dichters, die hun leven als banneling niet verdroegen. Ook in Duitsland verslechterde de politieke situatie snel en in 1940 was Nabokov, met zijn Joodse vrouw Véra en hun zoontje Dmitri, passagier op een van de laatste schepen die naar Amerika konden ontkomen. Onderweg maakte Nabokov nóg een grootse oversteek: hij adopteerde, zoals hij dat noemde, de engelse taal. Bij aankomst in Amerika had hij een aantal artikelen over russische en engelse literatuur voltooid. Als hoogleraar aan verschillende amerikaanse universiteiten kon hij, voorlezend uit dit materiaal, zijn colleges geven.

Zelfs regie-aanwijzingen voor kwinkslagen en handgebaren had hij in de kantlijn genoteerd! Hierdoor hield hij tijd over voor zijn andere werk: zijn oevre als schrijver, zijn onderzoek naar amerikaanse vlinders, en zijn omstreden meesterwerk als vertaler van Eugene Onegin, Pushkins roman in versvorm. Na aankomst in Amerika kreeg hij veel hulp van zijn invloedrijke vriend Edmund Wilson, zelf een zoon van een minister van justitie en eveneens een zeer ambitieus schrijver.

Hun briefwisseling is gepubliceerd, en het is ontroerend om hun vrolijke, spitsvondige correspondentie te volgen, tot aan de brieven die erop wijzen dat Wilson het niet verkroppen kon, dat Nabokov wereldvermaard en schatrijk werd door de roman Lolita, terwijl zijn eigen loopbaan daarbij in de schaduw bleef.

Twistpunt werd Nabokovs eigenzinnige Puskin-vertaling met het enorme Nabokoviaanse, briljante notenapparaat. Jaren na hun breuk kwam het onverwacht tot een verzoening, en een herieuwde, zij het voorzichtige briefwisseling, maar Wilson had alweer iets grievends gezegd in een artikel dat Nabokov onder ogen kreeg. Nu viel de kilte voor de tweede maal in en voorgoed.

Nabokov verwierf, na het verlies van zijn gelukkige jeugd en zijn russische landgoed, nooit meer een huis: in Berlijn woonde hij op kamers, in Amerika bewoonde hij met zijn gezin veelal huizen van collega's die voor lange tijd op reis waren. Op de campus waren de Nabokovs zeer gezochte kandidaten als tijdelijk huisbewaarders.

Toen hij zijn fortuin gemaakt had, verkoos hij een koninklijke residentie in het Montreux Palace hotel in Zwitserland. Daar is hij in 1977 gestorven.

Om enige greep te houden op de grote stroom publicaties die bij zijn leven reeds over hem waren verschenen, koos hij uit de grote groep gegadigden een hoogbegaafde bewonderaar uit als zijn biograaf. Andrew Field kreeg inzage in alle bronnen van het Nabokov-archief en mocht als enige vrij spreken met de meester. Alle andere interviews werden schriftelijk gehouden, terwijl Nabokov zelf de vragen bepaalde, de eindredactie voerde en het copyright behield. De op deze wijze ontstane en gebundelde vraaggesprekken (Strong Opinions), vormen een Nabokov-boek op zichzelf, evenals de na zijn dood uitgegeven aantekeningen voor zijn hoorcolleges.

Field publiceerde "Nabokov: His Life In Art", een uitsluitend op Nabokovs werk gerichte biografie. Later mocht hij werken aan "Nabokov: His life In Part", waarin ook het leven van Nabokov beschreven werd. Naarmate dit werk vorderde, ontstonden er wrijvingen tussen Field en zijn literaire vaderfiguur. Field, zelf auteur van enkele romans, haalde in de barokke stijl van zijn Nabokov-studies nooit het niveau van zijn idool, die schijnbaar moeiteloos kon toveren met adembenemende formuleringen. Het kwam tot een definitieve verwijdering, en het boek verscheen kort na de dood van Nabokov, toen de grote kenner al vervreemd was van de weduwe.

Onlangs publiceerde Field, wiens literaire leven nog steeds wordt beheerst door zijn onbeantwoorde liefde voor NabokČov, een derde boek over hem, "VN, The Life And Art of Vladimir Nabokov", waarin hij, eindelijk ongehinderd door wat hij "de Nabokov-kliek" noemt, alle informatie geeft waarover hij beschikt. Field schrijft daarin met een koortsachtige bevlogenheid nadrukkelijk over de zwakke plekken van de man die, hij kan het niet helpen, zijn meester zal blijven.

In 1922 vond Nabokovs vader in Berlijn op dramatische wijze de dood, toen deze op een roerige politieke bijeenkomst van russische vluchtelingen een van de sprekers beschermde tegen de pistoolschoten van twee dronken huurmoordenaars. Deze ervaring heeft Nabokov zijn leven lang behekst en het motief van de moord, op de knulligste manier begaan, keert in bijna alle romans en verhalen terug. Het heeft ook een voorname plaats in Pale Fire. Deze roman ontleent zijn titel aan een paar regels uit Shakespeare's Timon of Athens. De maan steelt zijn bleke vuur van de onzichtbare zon: een gegeven dat parallel loopt aan de vele, soms verborgen spiegelingen in het schitterende werk van Nabokov. Niet alleen zitten in het boek verwijzingen naar voorbije gebeurtenissen verstopt, Nabokov beschrijft ook gebeurtenissen die pas na zijn dood zouden plaatsvinden, zoals de ontwikkeling van zijn biograaf Field.

Een van de twee hoofdpersonen in Pale Fire is John Shade, een universitair docent die Üschrijft aan zijn poëtisch meesterwerk Pale Fire, een gedicht in vier canto's. De vier delen zijn symmetrisch: canto een en vier zijn even lang, de middelste twee zijn kleiner en eveneens gelijk van lengte. Het geheel vormt een vlinder: twee grote vleugels, twee kleine. Het totaal beslaat 999 regels, maar eigenlijk moeten het 1000 zijn: de laatste regel bleef onvoltooid, maar moet, gezien de hele opbouw, gelijk zijn aan de allereerste.

Ik was de schaduw van de zijdestaart,
Door 't vals azuur van het venster in zijn vaart
Geveld: ik de veeg asgrijs pluis -- zijn vlucht
Vervolgde ik in de weergekaatste lucht;

Een vogel, tegen het avonduur misleid door de reflectie van de azuurblauwe lucht in het vensterglas, heeft zich tegen het raam doodgevlogen. Een veeg pluis bleef over, maar wat gebeurde aan gene zijde?

John Shade wordt als een schaduw gevolgd door zijn buurman, een collega die in hem de verwerkelijking zoekt van zijn eigen ambities. Deze man, Charles Kinbote, bewoont tijdelijk het huis waarvan de bewoners op reis zijn. Uit Kinbote's verhaal blijkt dat hij een gevluchte koning is, die zijn geliefde land verlaten moest na een beestachtige revolutie. Hij vluchtte door een verborgen trapportaal, noodgedwongen gekleed in een opvallende vuurrode pyjama. Om zijn achtervolgers op een dwaalspoor te brengen verschenen prompt talloze landgenoten op straat in rode pyjama's.

Ook dit fictieve gegeven herkennen wij 27 jaar later: duizenden New Yorkers lopen rond met buttons waarop staat "I AM SALMAN RUSHDIE".

"Life imitates Art" schreef Nabokov... Shade sterft door een kogel die waarschijnlijk voor Kinbote bedoeld was.

Kinbote eigent zich het manuscript toe van het op één regel na voltooide gedicht. Kinbote, die er vast op had gerekend dat Shade zich bij het schrijven zou bedienen van de vele sterke verhalen, die hij tijdens hun wandelingen aan Shade had toevertrouwd, was diep teleurgesteld. Niet één regel bleek te zijn gewijd aan de prominente banneling die anoniem moet blijven, gezocht als hij wordt door een moorddadig regime. Echter, bij herlezing vond hij toch elementen, die, met een voetČoot toegelicht, zijn eigen verhaal konden vertellen.

Kinbote verdwijnt met het manuscript, nu achtervolgd door Shade's nabestaanden, en zet zich in een motelkamer aan de bezorging van het boek, waarin zijn voorwoord, voetnoten en index de meeste plaats innemen. Nabokov brengt de lezer in verwarring, maar tevens in verrukking met dit raadselboek: vormt het proza de zetting voor het poëtisch juweel? Of is het gedicht van Shade een kapstok voor het proza van Kinbote?

Het gedicht bevat ontboezemingen over mystieke ervaringen, maar in het geval van de ongrijpbare auteur Nabokov is moeilijk te vatten waar de fascinerende vorm eindigt, en waar de persoonlijke inhoud begint. Waar spreken de romanfiguren, waar de schrijver?

Toen Nabokov, in een van de door hemzelf geregisseerde vraaggesprekken, werd gevraagd naar zijn idee van roem, liep hij langs e kast vol Nabokov-itgaven en nam een ánder boek ter hand, een etenschappelijke publicatie over vlinders. Ergens in dit boek was de beschrijving opgenomen van een kleine blauwe vlinder. De ontdekker ervan had met een liefdevolle precisie, die in zijn ongebruikelijke formulering grensde aan het poëtische, van dit exemplaar (lichtblauw aan de bovenkant, grijs van onderen) de vindplaats en de kenmerken beschreven.

Nabokov bekende dat hij niets gaf om zijn literaire faam, maar slechts waarde hechtte aan deze kleine roem, een vlinder te hebben gevonden.