Home

Oud

door Johan Polak & Frans Goddijn

"Her waist is thicker, has less of a dip, as she grows into that barrel body of women in late middle age, their legs getting skinny, their arms getting loose like cooked chicken coming off the bone" (Haar taille is dikker, minder concaaf, nu ze zwelt tot het tonnetjeslijf van vrouwen op late middelbare leeftijd, hun benen mager, hun armen slap in het vel, als gaar kippevlees dat van de botten valt). [uit John Updike, "Rabbit at Rest", zojuist bekroond met de Pulitzerprijs]

We vieren het begin van de lente, dat in Arnhem wordt gemarkeerd door de terugkeer van de Italiaanse familie die trio-ijs verkoopt in hun salon. We ontmoeten er mijn moeder, die er altijd prachtig uitziet, een vrouw op leeftijd weliswaar, maar toch een jonge, fleurige oma. Mijn dochters nemen kleurige ijsjes, de grote mensen café glace. De kinderen vertellen over het nieuwe zwembad, dat bij ons om de hoek is verrezen, een pretparadijs met golfslag, glijbaan, sauna, bubbelsproei en skipiste, waar grote meisjes over het betegeld beton flaneren alsof het Zandvoort is. In de krant las ik de kop "badmeester is hier geen cipier" - de vrouwelijke directeur liet zich, op een klein, hoog plateau, als een centurion vastberaden met de armen gekruist, akimbo, fotograferen. "Zwemmen kan ik niet meer!" onderbreekt moeder ons verhaal, "ik zou het graag willen, maar zeg nou zelf, een vrouw op mijn leeftijd in een badpak, dan kàn toch niet...?"

Ik weet nooit hoe ik op zoiets moet antwoorden. Ik moet uit liefde, uit respect, iets ontkennen wat niet valt te ontkennen, en hoe dan ook - door er te snel mee in te stemmen, of het na te lange aarzeling tegen te spreken - doe ik haar verdriet. Mijn oude vader heeft zijn eigen manier om mij te laten voelen dat het mijn schuld is dat hij ouder is geworden. "Ach," begint hij, wanneer ik hem aan de lijn krijg, "er wordt van mij nog maar heel weinig notitie genomen". "Hoe maak je het", probeer ik nu. "Ik voel me ellendig, overal pijn, (zucht), 't zal nu wel snel afgelopen zijn - dan hebben jullie de poet -". "Hoe gaat het op je werk?", daarmee vuur ik mijn laatste pijl af.

Onuitgesproken voel ik het verwijt dat ik hem, met mijn tweemaal achttien jaar (op kalme afstand van een turbulente jeugd aangeland in de zilveren middenstroom van het leven, waarin elk jaar wel een jeugddroom wordt vervuld), door zelf te groeien, heb voortgestuwd in de richting van zijn levensavond. "Ik doe niks," antwoordt hij, "ik maak niks, ik kan niks, ik heb geen ideeën... en ik heb ook nog slecht geslapen". We beseffen op hetzelfde ogenblik dat hij hiermee, juist door dat laatste kleine leed óók te claimen, zijn hand heeft overspeeld en we barsten samen uit in één bevrijdende schaterlach.