Home

Nijhoff 2

door Johan Polak & Frans Goddijn

De stad slaapt nog. Zo ver men zien kan zijn
rolluiken voor de winkels neergelaten.
De draad hangt drup'lend door de lege straat.
Verstoot de woonsteden, o God en laat
de kalven weer weiden in de woestijn.
Twist met ons, twist met ons, twist niet met mate.
(Martinus Nijhoff, "VOOR DAG EN DAUW III")

Ik "leef" vanaf mijn vijftiende jaar met deze sonnettenreeks die door Nijhoff nooit was gebundeld en aanvankelijk alleen bekend is geworden door een publicatie in De Gids (1936). De cyclus hoort tot het beste wat er ooit in het nederlands is geschreven - vandaar dat niemand deze kent. Het derde gedicht, waarvan hierboven de laatste twee terzinen staan, heeft zo'n grote indruk gemaakt op Achterberg, dat hij er aan refereert in zijn sonnet op de begrafenis van Nijhoff. Achterberg beschrijft in de slotregels van "BEGRAFENIS OP WESTDUIN" hoe de kist langzaam in de groeve zinkt:

Ruimte en tijd kortsluiten op het pad.
Het touw gaat liggen met een losse knik,
wijl God niet eeuwig met zijn maaksel twist.

Bij toeval bezit ik een vroeg handschrift en daardoor kon ik tijdens een les die ik onlangs in een openbare bibliotheek mocht geven, de tekst aan de toehoorders voorleggen. Ik kende die uit mijn hoofd, maar toen ik deze toch uit het boek wilde voorlezen, ontdekte ik de veranderdering. Dat was een grote schok. Ik begrijp niet waarom Achterberg elke reminiscentie aan Nijhoff heeft weggewerkt:

Het touw gaat liggen met een losse knik.
Is, langs de benen, haastig weggegrist.
 
Het sonnet heeft door deze ingreep sterk aan zeggingskracht ingeboet.
 

VOOR DAG EN DAUW is nooit afdoende geduid. Jessaiah en "IN DE SCHADUWEN VAN MORGEN" van Johan Huizinga staan op de achtergrond. Nijhoff heeft op het boek van Huizinga een reeks sonnetten willen schrijven die de gevoelens zou weergeven van enkele mensen in de vroege ochtendschemer. Ida Gerhardt heeft begrepen waar het om gaat: de ontmenselijking van de cultuur door verstedelijking.

Klaroenstem in der steden nameloos grauw,
profetisch, Nijhoff, uw 'voor Dag en Dauw'.
[Ida Gerhardt, "Kwatrijnen in opdracht"]