Home

Nabokov

door Johan Polak & Frans Goddijn
Nog voor een Amerikaanse uitgever kon bekendmaken dat hij plannen koestert voor een verzamelde Nabokov, laat De Bezige Bij al een mooie, blauw gekleurde prospectus rondgaan, waarin de opzet wordt aangegeven van een volledige Nederlandse uitgave van alle werken van de verwesterde Russische schrijver, die in het midden van zijn leven zijn moedertaal moest verruilen voor het engels - hij toonde zich een ware Houdini in zijn vermogen om de ketenen van exil-melancholie te verbreken en zich opnieuw creatief bestaansrecht te bevechten. Niet alleen heeft Nabokov vanaf "The Real Life of Sebastian Knight" nieuw werk in het Engels geschreven, hij heeft zich, toen het succes van "Lolita" hem in staat stelde uitsluitend van en voor zijn pen te leven, samen met zijn zoon Dmitri en Simon Karlinsky veel tijd en moeite getroost om de 'oude' Russische verhalen en romans nieuw leven in te blazen in het Engels, voordat andere vertalers hieraan de hand zouden leggen. John Updike, zelf gevestigd Amerikaans auteur en levenslang bewonderaar van Nabokov, heeft zijn idool wel verweten 'veel te lang te hebben verpoosd op de oude Russische rommelzolder', in plaats van nieuw, groot en Amerikaans werk te scheppen.

Een enkele boekhandel heeft al een plakmodel rechtop in de etalage staan met de omslagen van het eerste dozijn titels van De Bezige Bij. Een verzamelde Nabokov, maar vermoedelijk met een enkele beperking, hoewel daarover nu niets is gezegd: de college-aantekeningen over Russische en westerse literatuur, de forse hoeveelheid gedichten, de schaakproblemen alsmede zijn herdichting van Eugene Onegin, de beroemde roman in verzen van Poesjkin, zullen waarschijnlijk vooralsnog niet in het Nederlands verschijnen. Wat zou het overigens interessant zijn geweest om naast de ongelofelijk virtuoze berijmde vertaling van deze roman-in-verzen door W. Jonker - pas onlangs uitgekomen - ook een 'prosodische' vertaling te kunnen lezen, uitgaande van de onberijmde Nabokov-versie, waarover de meester zo een verschrikkelijke ruzie heeft gemaakt met zijn critici, onder wie Edmund Wilson. Eugene Onegin bleek de aanstichter van het bengaalse vuur, dat de vriendschap van de Amerikaanse criticus en de Russisch-Amerikaanse schrijver, allebei honds-eigenwijs, verteerde. En dan die beide prachtige delen "Lectures on Literature" en "Lectures on Russian Literature"... Wanneer zij, die schrijver willen zijn, moeite zouden doen om Nabokovs strenge commentaar op het schrijversschap ter harte te nemen, dan zou uitgevers, die nu postzakken vol verwaand en roekeloos gezwam moeten doorwerken - een marteling - veel worden bespaard. Natuurlijk vormen de 'Lectures' eigenzinnige en vreemde leesstof, waarvan het meeste zó uit de schriften met college-aantekeningen van Nabokov is overgenomen (hij doceerde respectievelijk aan het Amerikaanse Wellesley College en de Cornell University). Maar het is bijna uitgesloten dat Nabokov, bezeten liefhebber van perfecte en uitgebalanceerde vorm, de "Lectures" zó zou hebben uitgegeven.

Het lezen ervan is een gebeurtenis. Je beleeft evenveel plezier als bij het bestuderen van de Russische literatuurgeschiedenis van Karel van het Reve. Ook op dat boek hebben geleerden kritiek geoefend en misschien kan er hier en daar wel wat worden aangevuld en veranderd, het blijft een prachtig werk. Ook zonder de teksten, die voorlopig geen plaats zullen vinden in deze serie, gaat het om een ambitieus project van De Bezige Bij. Het enthousiasme waarmee de prospectus is geschreven, wekt bij ons, bewonderaars en liefhebbers van Nabokovs werk, een puberachtig verlangen om alvast verder te dromen over de vertaling van teksten, die, wanneer de Nederlandse serie een succes zal zijn gebleken, mogelijk toch erin zouden kunnen worden opgenomen. Hoe kwamen wij zelf tot Vladimir Nabokov, tot VN, doorgaans zo aangeduid door zijn gade, de sympathieke Vera Nabokov-Slonim? VN had het met alle agenten, die successievelijk zijn werk in het buitenland vertegenwoordigden en namens de ongenaakbare meester contracten afsloten, welke, wanneer het even meezat, werden ondertekend door VN zelf, zodat je althans een handtekening als kostbaar document in je archief kon koesteren, aan de stok gekregen. Daarom had hij de vertegenwoordiging van zijn rechten zelf ter hand genomen, en aangezien hij ook nog moest schrijven, stond Vera hem bij deze beslommeringen trouw en vastberaden ter zijde. Niet alle uitgevers waren even vlug of nauwkeurig met afrekenen en VN verlangde een afrekening twee maal 's jaars, liefst zonder tussenkomst van agenten en hun percentages, op straffe van het verlies van alle rechten, die dan vervolgens aan een collega-uitgever werden aangeboden!

Toen Polak & Goddijn nog niet samen waren - Polak was nog Athenaeum-Polak & Van Gennep (onlangs in het faculteitsblad van de Eindhovense Technische Universiteit in schaats-stemming "Polak en Van Gennip" gespeld) -, waren ze beiden al bezeten van de grote schrijver. Sinds een Amerikaanse penvriendin Goddijn in 1975 op Nabokov had gewezen, las hij elke beschikbare Nabokov, meestal als Penguin-uitgave (op het eerste blad stond steevast "Vladimir Nabokov, who now lives in Switzerland, is married and has one son"). De liefde voor de auteur overleefde die voor de briefschrijfster. De pockets gingen overal mee naar toe en vormen nu, versleten op een stapel, een kapstok voor herinneringen: "The Real Life of Sebastian Knight", gelezen op een zonnige dag in de heuvels van de Nijmeegse Elyseese Velden. "Ada or Ardor, a Family Chronicle", gelezen ten huize van Mark Bocek, toneelschrijver in Yakima (een Amerikaans dorp dat in ADA tweemaal wordt genoemd) - zijn gastheer las 's nachts en sliep in tegen de tijd dat de Hollandse gast ontwaakte. Zij spraken elkaar zelden, maar toch legde de gastheer een briefje bij zijn bed: 'you bug me'. "Details of a Sunset", gekocht bij verschijnen in 1976 en gelezen in een vochtige kelderkamer in Seattle, op een zesdehands matras, bij de alles doordringende geur van Spice Tea. "Speak, Memory", gekoesterd in een koude polderwoning bij Emmeloord, tussen schoonfamilie die nog moest wennen aan de vreemde kostganger.

Kerstmis 1979 werd gevierd in een woongroep met zeer praktisch ingestelde huisgenoten, die niet geheel begrepen waarom hij zo stralend zat te lezen in "Ultima Thule", de enige (in het nederlands vertaalde) verhalenbundel van Nabokov die bij hoge beschikking uit Montreux - de familie Nabokov hield permanente residentie in het Montreux Palace Hotel - deze titel mocht dragen. Hij probeerde weleens een zinswending voor te lezen, om zijn opperste geluk te delen, maar de vrienden, rond de Zwitserse houtkachel gezeten, in de geur van rijzend zuurdesembrooddeeg, keken even vreemd en onbewogen op van de ongevraagde citaten, als ze later opkeken van de uit het niets ontstane briefwisseling tussen de Nabokov-lezer en een der Nederlandse Nabokov-uitgevers. De twee schreven elkaar over de vraag of, in "Pale Fire", vertaald als "Bleek Vuur", de lichtflitsen die een besneeuwde oprijlaan in lichterlaaie zetten, nu kwamen van de bliksem (het was beroerd weer) of van de koplampen van een voorthobbelende politiewagen. Ze werden het niet eens en gingen van lieverlede op andere onderwerpen over, totdat ze nu weer samen over Nabokov mogen schrijven.

Polak heeft op een negatieve manier, door de gelukkige spelingen van het lot, waarvan hij geen spijt heeft, een bescheiden bijdrage geleverd aan deze nieuwe reeks Nederlandse Nabokovs. Hij hoorde al jong tot de gelukkigen die kennis hadden gemaakt met het werk.

Zo had hij dat onvergetelijke boek, "Speak, Memory" ("Geheugen, Spreek") gelezen, voordat het die titel droeg. Eertijds heette het "Conclusive Evidence", een uiterst significante naamsverandering. De auteur had moeten aantonen dat hij als schrijver de Russische revolutie en de tweede wereldoorlog had overleefd en zijn halve autobiografie - het beslaat zijn leven tot 1940 - vormde daartoe het 'uiteindelijk bewijs'. Toen dit eenmaal was geleverd, het boek, intussen populair geworden, zich een plaats had verworven naast de herinnerings-romans van bijna-tijdgenoten zoals Proust, heeft Nabokov zijn manuscript opnieuw bezien en uitgebreid als "Speak, Memory / An Autobiography Revisited". "Lolita" was verschenen bij de Olympia Press en gold als een boek dat uitsluitend onder de toonbank kon worden verkocht (Updike verhaalt ergens dat Amerikaanse militairen in Europa dit boekje, in Amerika nog verboden, trachtten te vinden, maar het tenslotte, nadat ze het hadden opengeslagen, één hand aan de roede, weer wegsmeten: "It's goddam littature!").

Polak was benieuwd of ook van dát verhaal een Nederlandse uitgave zou worden gemaakt. Dat gebeurde inderdaad, maar ook hier tersluiks: uitgeverij Oisterwijk, die verschillende aanklachten aan zijn broek had gehad wegens de onoirbaarheid van "De Wereld van Bob en Daphne", werd de uitgever van "Lolita" en omstreeks dezelfde tijd ook van "Lach in het Donker". Oisterwijk spelde diens naam nog als "Wladimir Nabokof". Nu nog wordt uit deze destijds gigantische opgevoerde drukvoorraad geput om verveelde lezers en leden te werven voor boekenclubs. Tussen rijkgeïllustreerde tijdloze natuur- en kookboeken prijken altijd enkele zinneprikkelende covers, waartussen de in mink of nylons gehulde Lolita. Nederland heeft zich verdraagzaam betoond, vergeleken bij Frankrijk en Engeland tezamen, die voor één maal bondgenootschappelijk verenigd tegen de Egyptische dictator Nasser, ook zorg droegen voor een verbod van deze roman. Hoe frappant de verschillen met het heden, nu Frankrijk in de coalitie tegen Nassers epigoon in het midden-oosten een zwakke partner blijkt, terwijl overal een halfhartige exploitatie heeft plaatsgevonden van Rushdie's "Duivelsverzen". In deze heeft Nederland lang niet het gekste figuur geslagen.

Zo kwam Nabokov bij Polak, nog student, binnen via pornografie of datgene wat als pornografie werd beschouwd.

Men kan daar nu wel om lachen, maar het heeft Nabokov vermoedelijk de Nobelprijs gekost. Lijdzaam moest hij toezien hoe allerlei kneuzen deze eer als troostprijs in de wacht wisten te slepen, terwijl hij, net zozeer als Borges (eerst door de familie Nabokov bewonderd maar later als 'nep' verguisd) en Yourcenar, deze werkelijk had verdiend. De lectuur van "Lolita" en van "Lach in het Donker" smaakte naar meer. Gedurende Polaks hele studietijd vergezelde Nabokov hem, en in zijn scripties trachtte hij zo nu en dan een Nabokoviaans zinnetje binnen te smokkelen. Als leraar wachtte hij zich er wel voor in de klas zijn aanstelling door een eigen Lolita te gronde te laten richten - àls zo eentje al notitie zou hebben genomen van de nog piepjonge, wel wat uit de kluiten gewassen docent oude talen. Nabokov liet hem niet los en toen hij was geroepen tot het uitgeversschap en ten gevolge van het uiteengaan van de partners Polak & Van Gennep de kans zag een heel nieuw, strikt literair fonds op te bouwen, werd hij op zeker ogenblik benaderd door Peter Verstegen met de vraag of hij er iets voor voelde "Pale Fire", een van de moeilijkste werken van Nabokovs bloeiperiode, uit te geven. Dit project zou bijzonder zijn, want het gaat hier om een gedicht met commentaar, dat in principe ook als rijmend gedicht zou moeten worden vertaald.

De financiële zijde van deze onderneming had velen afgeschrokken en de briljante vertaler zocht naar een kamikaze-uitgever die deze gelegenheid tot een failliet met beide handen zou aangrijpen. In 'Pale Fire' is sprake van een spiritistiche séance, geleid door de dochter van het echtpaar John Shade. Zij verdrinkt niet zoveel later, misschien met opzet, nadat een 'blind date' haar te elfder ure heeft laten zitten. De spiritistiche scène, waarin een mogelijk kwaadwillig licht het drietal volgt met een spookachtig schijnsel, vindt haar neerslag in een klein gedicht "The Nature of Electricity" geheten, een prachtig vers: "the dead, the gentle dead - who knows? - / In tungsten filaments abide, (...)" Polak vroeg terloops aan Verstegen: 'hoe zou je dat nu vertalen?' Twee dagen later lag de hier afgebeelde briefkaart in de bus. Zo ontstond de schitterende versvertaling van Pale Fire, 'zo mooi,' zei men toen, 'alsof God zelf aan de vertaling had meegewerkt'. Het boek kon in 1972 verschijnen, zogenaamd om het tienjarig bestaan van de zaak van deze brokkenpiloot te vieren. Het eerste exemplaar, met een opdracht in zijn slechtste voetbal-engels, verzonden aan de grote schrijver, lokte een brief uit van de Meester persoonlijk, waarin hij dankte voor het mooie zilverkleurige boek - het had inderdaad iets weg van een vliegtuig - en 'the most charming dedication'.

De vertaling die bezig was te ontstaan, veroorzaakte een 'spin-off': SOMA, toen een beroemd tijdschrift, voorloper van de huidige "Revisor", bracht een Nabokov-nummer (1971) en Peter Verstegen ontving voor zijn vertaling terstond de Nijhoff-vertaalprijs. Gerard Reve verkeerde aan het einde van de jaren zestig in een impasse, waaruit hij indirect door Nabokov werd bevrijd. Hij had groot succes beleefd met "Op Weg Naar het Einde" en met "Nader tot U". Daarop volgde het even succesvolle "Veertien Etsen van Frans Pannekoek voor Arbeiders Verklaard". Nog zo'n gekke, maar geniale en betekenisvolle titel. Natuurlijk bevonden zich in de huiskamer van Vader Reve arbeideristische geschriften, waarin de leer van Marx en Lenin werd gebruikt om de eenvoudige mens een visie bij te brengen op Hoge Kunst, welke tot voor die tijd alleen door de verdorven bourgeoisie kon worden genoten. Tot lang na het verschijnen van Reve's boek werd Frans Pannekoek achtervolgd met de vraag waarom hij zich de artiestennaam van Van het Reve had toegeëigend... Het was toch bekend dat Reve ook heel goed kon schilderen en tekenen? Ook hier een Nabokoviaanse verwarring, een 'dubbelgangers-motief' dat zó uit "Wanhoop" (aangekondigd bij De Bezige Bij voor februari 1991) of "Het Ware Leven van Sebastian Knight" (beloofd voor februari 1992) kon zijn overgenomen.

Reve werd uit zijn impasse geholpen, daar de overmoedige uitgever hem had gesuggereerd een groot aantal brieven te sturen vanuit Frankrijk, waar hij toen verbleef. Vrijwel dagelijks kwamen deze brieven naar Amsterdam. De uitgever stelde voor dat de schrijver bij deze brieven zelf een commentaar zou maken, in de geest van Kinbote die in "Bleek Vuur" het gedicht van John Shade van ongebreideld commentaar had voorzien. Deze opzet, in eerste instantie mislukt, leidde daarna evenwel, met andere brieven als uitgangspunt, tot "De Taal der Liefde". Ook hier gaat alles om commentaar, dat zonder ter zake te doen, de opgenomen brieven aan kunstbroeder Simon Carmiggelt omrankt. Nabokov had als eerste het procedé aan gedurfd om een geleerde commentator een gedicht te laten uitgeven met noten, die op geen enkele wijze echt in betrekking staan tot het poëem, maar wel de levensgeschiedenis van de commentator weergeven. Hoewel volkomen anders van opzet, heeft Gerard Reve hiermee iets dergelijks gedaan, en daarom is het jammer dat de latere edities van De Taal der Liefde, vanaf 1975, wel het commentaar van Reve bieden, maar niet de brieven aan Carmiggelt, zodat het verband verloren is gegaan.

De Bezige Bij is de eerste geweest die de beste titels van Nabokov in een serieus kader heeft willen uitbrengen. Nabokov is in Nederland nooit een bestseller geworden, zodat het noodzakelijk bleek ook andere uitgevers de mogelijkheid te laten om titels van Nabokov op de markt te brengen. Verschillende uitgevers hebben dientengevolge grote investeringen gedaan, elk op hun manier, om Nabokov aan de Nederlandse lezer te slijten. Na zijn dood, in 1977, leek de belangstelling, zowel in ons land als in het buitenland, verflauwd. Wie toen nog kennis maakte met de schrijver, deed dat doorgaans onbewust, bij verfilmingen van zijn romans, die ten slotte meer een tijdsbeeld gingen bieden van de periode waarin zij waren gefilmd dan van de boeken. Wie de film "Lolita" ziet, raakt geestdriftig over het Amerikaanse landschap, de truttige huisinrichting die onlangs weer en vogue is geraakt, door de schitterende automobiel van Humbert Humbert (pas vorig jaar, in "Rain Man", speelde een andere antieke wagen weer zo'n hoofdrol in het landschap van 'the west') en door het spel van Peter "Pink Panther" Sellers, maar de kijker wordt meer bevangen door nostalgie dan door Nabokovs plot.

Nu is Nabokov 'terug'. Jonge schrijvers, plotseling beroemd geworden, noemen hem tijdens hun interviews in koor als voorbeeld en lievelingsschrijver, zoals in de zeventiger jaren het aanstormende talent Nabokov te pas en te onpas claimde als inspirator van dunne geschriften. Daar kwam toen een reactie op van Maarten 't Hart, die het tijdschrift "De Revisor" verafschuwde en bij elke gelegenheid verklaarde dat Nabokov en "De Revisor" hem deden denken 'aan kroonluchters die niet willen branden'. Wat dat voor kroonluchters zijn, heeft hij nooit uitgelegd en inmiddels lijkt zijn eigen vlam te zijn gedoofd. Nu komt alles van Nabokov opnieuw samen, als de verloren zoon die terugkeert tot het vaderhuis, bij De Bezige Bij. Binnen vier jaar staan bij de vele liefhebbers vijfentwintig romans en verhalenbundels op de planken. Wij maken nu alvast ruimte en wij scheppen een bescheiden krediet door enige kisten met eens bejubeld en nu alweer vergeten talent bij de ramsjboekhandel te dumpen.