Home

Latijns

door Johan Polak & Frans Goddijn
Aan de plaatsing van een komma herken je het karakter van een mens. Dat was de opvatting van Karl Kraus, het schrijvend geweten van de Oostenrijkse natie. Elias Canetti schreef dat in zijn ogen niemand genade vond. "Hij klaagde zelf aan en vonniste zelf. Verdedigers waren er niet, dat was overbodig. Hij was zo rechtvaardig dat niemand werd aangeklaagd die dat niet verdiende". Als hij voorlas uit een toneelstuk "stond je perplex (...) Hij las alle rollen zelf, zwendelaars en generaals,(...) wie hem had beluisterd, wilde nooit meer naar de schouwburg, toneel was vervelend bij hem vergeleken..." Hij hechtte zozeer aan de juiste positie van elk woord en elk leesteken, dat hij meende daarin het wezen van de auteur te kunnen peilen. Hij creëerde en redigeerde tientallen jaren lang zijn eenmanstijdschrift, "Die Fackel", waarin hij scherp en persoonlijk zijn tijd bezag: "Wenen is het proefstation voor de ondergang van de wereld". Toen deze profetie bewaarheid dreigde te worden en de eerste wereldoorlog uitbrak, kwam een vriend bij hem binnenrennen die vond dat dit wel iets anders was dan het gekibbel over leestekens! Kraus antwoordde dat er geen oorlog zou zijn uitgebroken wanneer leestekens wèl op hun plaats hadden gestaan.

Een contactadvertentie - man zoekt vrouw - op romanformaat. Daarmee presenteerde zich onlangs een vriendelijke rijkaard. Hij somt zijn eigendommen op en zegt "voorts in bezit" te zijn van "wijds stuk Noordzee met strand als vrij beschikbaar uitzicht". Dat "vrij beschikbaar" is verrassend, evenals de ongebruikelijke blikrichting. Hij heeft een "wat unieke persoonlijkheid (ram, dus)"... in zijn aardige zinnen sluipen woorden binnen die elkaar voorzichtig becommentariëren: "wat" en "dus". Hij is tevens "in bezit van een bibliotheek die regelmatig ook met boeken van eigen hand worden verrijkt". Met dit gedachteloos meervoud "worden" stelt hij zich naast Trimalchio, een hoofdfiguur in Petronius' Satyricon. Petronius, een ziener in humor, zet met deze Trimalchio op hartveroverende wijze een man neer, die trotse vreugde beleeft aan zijn aardse verworvenheden en zijn zichzelf bijgebrachte eruditie. Dit Satyricon is een van de gekste boeken, die ons uit de oudheid - helaas in onvolledige en soms onsamenhangende brokstukken - zijn overgeleverd. Een laat gevonden fragment behelst het "gastmaal van Trimalchio". Trimalchio, ooit slaaf, is tot grote rijkdom en daardoor tot aanzien gekomen. In de kleine stad waar hij zijn landgoederen beheert, geeft hij een surprise-party. We spreken van de tijd dat "rijk" nog synoniem was met "goed"... Hij wil graag voor geleerd doorgaan, en vertelt zijn disgenoten waar hij zijn Corinthisch brons vandaan heeft: "toen Hannibal, de slimme vos, Troje had ingenomen, liet hij alle bronzen, gouden en zilveren standbeelden op de brandstapel gooien en stak er de brand in. Al die verschillende metalen zijn toen met elkaar versmolten. Van die samengekoekte massa haalden de smeden stukken af en maakten er borden, schoteltjes en beeldjes van" [vert. A.D. Leeman]. Zo is Korinthisch brons ontstaan, niet van dit, niet van dat, maar van alles wat. In deze metalen zooi is stilletjes een millennium meegekookt. Ook zei hij tot zijn disgenoten: "denken jullie maar niet dat ik niets van geleerdheid weet; ik heb drie bibliotheken, een grieks, een latijns..."