Home

Kipvink

door Johan Polak & Frans Goddijn
Waarschijnlijk is het toeval, maar achter de brede glazen pui onder ons kantoor, waar rechts een groentehandel is gevestigd en links een poelier, komt het me voor alsof het personeel duidelijk verschilt. In beide winkels is men opgewekt en het is te zien dat de collega's het leuk hebben met elkaar. Maar terwijl ik de jongens van de groenteboer, welgekapte jongelui, ook in een betere herenmodezaak kan zien, is dat niets voor de jonge kerels van het poeliersbedrijf. Hen stel ik me eerder voor als autoverkopers. Ze sturen je vol vertrouwen weg voor 'n proefrit in hun nieuwste model sportwagen en verwelkomen je daarna met een schouderklap - en de koopakte. Je tekent, omdat je graag vrienden wilt blijven. Maar ook omdat je wel voelt dat er anders kipfilet van je wordt gemaakt...

Het winkelmeisje in de winkel met appels heeft appelrode wangen, haar collega bij het wild en gevogelte is bleek, maar beide zijn altijd vrolijk. Bij de propere poelier haal ik joekels van eieren, zes voor een-vijftig, voor de lunch op kantoor. Het meisje heeft er te korte haren voor, anders kon ze zo zijn weggestapt uit "Alice in Wonderland", geïllustreerd door Arthur Rackham. Ze moet lachen wanneer ik aan haar verschijn - niet zozeer omdat ze mij graag zou mogen, maar omdat ik haar herinner aan een van de eerste keren dat ik daar binnenstapte, langs de glazen kast waarin, aan stierevechters-spiezen geregen, de kippen onder de grill wentelen, keurig in gelid, de ledematen kuis tesaamgebonden. Het winkelmeisje liet, in een onhandige poging mijn eieren van een groot, slap, vierkant karton af te pakken, haar hele voorraad van de toonbank glijden en aan mijn voeten stukvallen. Omdat ze nooit rekening had gehouden met de mogelijkheid dat zoiets zou gebeuren, wist ze niet wat te doen en stond zij alleen maar, stomverbaasd, met een hand voor haar mond, krom van het lachen, tot haar oudere collega, een moederlijke vrouw, goedmoedig mopperend het struif en de gebroken eierschalen bijeen veegde, met een grote prop keukenrol en een blik. Mijn onophoudelijk commentaar - een ongetwijfeld dwaze woordenstroom - en mijn telkens herhaalde aanbod om alles te vergoeden maakte de situatie wat ongebruikelijk. De eerste tijd daarna kwamen, zodra ik de zaak binnenliep, op een voor mij niet waarneembaar alarm, ook de drie jongens van de slachterij naar voren, om me vanuit hun deuropening grijnzend en vol verwachting gade te slaan.

Tegen de achterwand hangen grote borden met daarop, in mooi getekende letters, een systematische opsomming van alle mogelijke kipprodukten. "Drumsticks met/zonder vel" is niet de meest poëtische vermelding, maar "Kip dijpoulet" vind ik al een schoonheid. De stijf stappende, met haar kop zo dwangmatig, fanatiek in de lucht pikkende kip, is hier posthuum een ballerina geworden. Het summum vind ik "Walder Kipvink". Met zo'n achternaam moet je moeiteloos een hoge functie bij defensie kunnen krijgen, of op zijn minst een verkiesbare plaats voor D'66. "Anthonie Walder Kipvink, Gen. b.d." Helaas zijn de Walder Kipvinken alleen op bestelling leverbaar, en het meisje heeft er nog géén mogen noteren. Onder de schuine glazen platen van de toonbank liggen, naast kipdelen in allerlei vorm, ook kant-en-klare maaltijden: grote rechthoekige aluminium bakken met nasi, bami en een sensueel rode saus van tomaten en mango chutney, een klein rood zwembad tjokvol kippevlees, dat wonderlijk blank blijft afsteken tegen het gekruide rood. Ik heb het gisteren en eergisteren gegeten met mijn dochters. Heerlijk was het! En makkelijk op te warmen bovendien.