Home

Heli

door Johan Polak & Frans Goddijn
De buurvrouw aan de Vrederustlaan in Den Haag had het die middag te druk om haar boodschappen te doen. Daarom vroeg ze mij, toen ze mij door het portiek van de flat hoorde banjeren, voor haar een zak aardappelen de gaan halen. Ik geloof niet dat ik al eens eerder zelfstandig boodschappen had gedaan en nam, verbluft en opgewonden, haar rijksdaalder in ontvangst. De weg naar de groenteman (vlakbij de kleuterschool) was lang, maar avontuurlijk en leidde voorbij een groot veld waar mensen en machines kuilen groeven om daarin fundamenten te leggen. Echter, naarmate ik dichter bij mijn doel kwam, drong het tot mij door wat ``boodschappen doen'' inhield: ik zou geld uitgeven, er iets voor kopen! Wat jammer voor de buurvrouw dat zij er zelf geen tijd voor had, het was immers zo aardig om te doen. Maar anderzijds sprak uit haar keuze voor een zakje aardappalen weer niet een erg groot gevoel voor de zaak -- alsof er niets leukers was te kopen voor een zware, zilveren rijksdaalder. Naast de groenteman was een speelgoedwinkel gevestigd en daar wist ik in de etalage een echte helicopter te staan, grijs-metaal met veel glas erin gezet. Zonder enig besef op het verkeerde pad te zijn, integendeel vervuld van de zekerheid dat ik, nu ik over geld kon beschikken, meteen de beste koers zou varen, stapte ik de winkel binnen en verwierf mijn helicopter. Er hoefde geen papiertje om.

Pas toen ik goeddeels onderweg was terug naar huis, voelde ik dat er iets, ongemerkt, in de knoop was geraakt. De flat van mijn moeder lag een verdieping boven die van de buurvrouw, en ik moest nu voorbij de deur van de buurvrouw, zonder aardappelen, zonder rijksdaalder. Dit vormde een van die nare, pijnlijke situaties, waarin je als kind zomaar terecht kwam, zonder er zelf iets aan te kunnen doen... (net zo kon het mij gebeuren dat ik bij een vriendje niet wist waar het toilet was, omdat niemand het mij vertelde. Een hele middag lang ging iedereen ongemerkt plassen, op een plaats die voor mij verborgen bleef, tot ik het uiteindelijk in mijn broek moest doen, waarna een vreemde vrouw mij uitkleedde, waste en mij andere, dikke en ongestreken kleren aantrok). Grote mensen overkomt zoiets nooit. De buurvrouw had mij waarschijnlijk al zien aankomen, want haar deur stond open. Ik liep vooruit tot haar verdieping, en klom vervolgens, zachtjes, achteruit verder omhoog. Maar daar stond zij al in haar deuropening. ``Wàt heb jij daar achter je rug?!'' klonk het onvermijdelijk, op de boze, tegelijk triomfantelijke toon van wie alle recht van de wereld aan haar kant weet...

De poëzie is rijk aan kinderherinneringen en aangezien deze van betekenis blijken voor een beter begrip omtrent de persoon van de dichter en diens artistieke ontwikkeling, is er in alle tijden grote waarde aan gehecht. Sigmund Freud heeft aan de hand van een herinnering uit Leonardo's vroegste kindertijd, veel van diens leven en werk willen verklaren. Uit de interpretatie van Freud, niet onomstreden - misschien heeft Freud zich zelfs vergist - is een spannende polemiek voortgekomen. Tallozen hebben zich toen geworpen op de raadselachtige Da Vinci en de waardering voor diens werk is daar niet slecht bij gevaren.

Wij leven 't heerlijkst in ons vèrst verleden:
de rand van het domein van ons geheugen,
de leugen van de kindertijd, de leugen
van wat wij zouden doen en nimmer deden.

Tijd van tinnen soldaatjes en gebeden,
van moeder's nachtzoen en parfums in vleugen,
zuiverste bron van weemoed en verheugen,
verwondering en teêrste vriendlijkheden.

Het is het liefst portret aan onze wanden,
dit kind in diepe schoot of wijde handen,
met reeds die donkre blik van vreemd wantrouwen.

`t Eenzame, kleine kind, zelf lang verdwenen,
dat wij zo fel en reedloos soms bewenen,
tussen de dode heren en mevrouwen.

[E. du Perron, ``Het kind dat wij waren'']