Home

Halte

door Johan Polak & Frans Goddijn
Gerard Reijngoud werkt als consulent bij de Landelijke Schoolbegeleidingsdienst voor het Vrije Schoolonderwijs. Op scholen heet deze organisatie "de begeleidingsdienst" en de consulenten zelf spreken onderling van "de dienst". Vandaag zit Gerard. in de tweede klas van een school uit zijn rayon - de juf had begeleiding gevraagd. Op het bord staan woordenrijtjes, geordend rond een klinker. Maan, haar, staaf, boer, boek, koek... Ook een rijm, op het linker uitklapbord. De klas "leest" het versje, de kinderen wijzen woorden aan, spellen met de ogen dicht en schrijven stukjes na. De klas gedraagt zich voorbeeldig, de juffrouw is alert en G. voelt zich overbodig.

Juf: - Vandaag zoeken we woordjes bij elkaar met de 'u' van 'put'. Wie weet er een?
Een kleinhoofdig duiveltje steekt de vinger op.
Juf: - Ja, zeg jij het maar?"
"Lul", roept het ventje.
"Da's goed", antwoordt de juf, "een beetje een vies woord, maar wél goed".
Keurig wordt de lul op het schoolbord bijgeschreven. De u krijgt een aparte, karmozijnrode kleur.
"Weet nog iemand een woord?"
Een rietgors van opgeheven vingers. "Jij?"
"Kut", zegt een meisje triomfantelijk.
"Goed zo - ook een beetje een vies woord, maar goed."
In blosrood wordt de u op het bord geschreven.
"Weet nog iemand een woord met u?"
Beduidend minder vingers blijven over. Marliesje mag het zeggen, een poppig kindje in plooigestreken Ot-en-Sien mode.
"Fuck", zegt Marlies.
"Tsjonge," antwoordt juf, "weer een vies woord en nog Engels ook. Met een C erin, dat komt niet zo vaak voor".
Het "four-letter-word" komt naast de Nederlandse drieletterwoorden gekleurd erop te staan.
"Juf, wat betekent 'fuck'?"
De juf is klaar met schrijven, draait zich kalm om naar de klas en articuleert, alsof ze "Appingedam" zegt, duidelijk "neuken". Even is het stil in de groep. Dan begint het lachen. De leerlingen kijken rond naar juf, naar G. en iedereen deelt in het plezier.
Een poosje later staan G. en juf samen, wat verlegen, in de nu leeggestroomde klas onder het bord met schuttingtaal. Juf verbreekt het zwijgen en vraagt advies waar ze dat klaarblijkelijk niet behoeft:
"Ja meester... had ik voor die taalles niet beter met hen naar de eerste de beste bushalte kunnen wandelen? Daar staat het volledige moderne vocabularium opgespoten!"
Gerard bedenkt dat hij was geroepen om juf adviezen te geven, maar hij zou zelf het liefste voor een en ander bij haar te rade gaan...

Ik ken de weg, zij kent de waarheid (...)
In de wirwar van de waarheid
smelt de leugen van mijn droom
met mijn vrouw in dronken traagheid
samen rond de lulleboom.
En nu ik mijn leugens ken,
komt de waarheid waar ik ben.

[Hans Plomp, uit: Gekkenwerk 1972]