Home

Express

door Johan Polak & Frans Goddijn
Door het station galmt de jingle die voorafgaat aan de mededeling dat de Trans Europa Express "Frans Hals" uit Keulen binnenkomt en zal vertrekken van spoor acht. Vorig jaar ging een pocherig trompetgeschal aan de mededeling vooraf, nu klinkt er een elektronisch veredelde deurbel. P. onderbreekt mijn gepraat - zodra de jingle klinkt, wil hij zwijgen, om met alle aandacht de richtlijnen van hogerhand te kunnen volgen, die toch altijd dezelfde zijn - het is immers een geluidsband die wordt afgedraaid. "Voor deze trein is een speciale toeslag verschuldigd", zo probeert de omroepster passagiers te weerhouden van instappen. Op het perron staan ook geüniformeerde NS-ers klaar om ons te waarschuwen tegen deze trein. "Hola!", zo roept een strenge NS-scheidsrechter vanuit de verte. Hij houdt een hand recht opgeheven (halt!) en een hand vragend vooruitgestrekt (betalen!). Met een "wàt is de bedoeling?!" geeft hij verder lucht aan zijn argwaan.

"Reizen hebben wij in de zin, mijnheer", zeg ik luid, terwijl wij op hem af stappen. "Mijn maat hier rijdt met U mee. Hij is een PASSAGIER!" Dan bindt hij in en wordt de hoffelijkheid zelve. Het is mijn schuld. Ik draag een gitzwart "Manchester" ribjasje, dat tien jaar geleden in de mode raakte toen linkse studenten zich er een beetje meer arbeider in voelden. Slanke, indische jongens stond het beter dan doorsnee volgegeten en -gedronken intelligentsia. De laatste jaren echter is het onverwoestbare kledingstuk uit het straatbeeld verdwenen, en waar ik het draag, in de Bijenkorf, bij grote HiFi-winkels, trek ik de aandacht van security-personeel. Zou het inmiddels een dievenpak zijn geworden? Zelfs de zakenman in vakkleding, waar ik een paar maanden geleden nog zo'n jasje bestelde, voor het geval ze niet meer verkrijgbaar zouden zijn, deed vreemd. Eerst mocht ik de bestelling niet vooruitbetalen, en toen het jasje binnen was gekomen, vroeg de verkoper dringend of ik vooral alles meteen wilde afrekenen, aangezien ik het jasje anders in geen gev al zou meekrijgen.

Ook nu geldt mij de argwaan, als loop ik met mijn goedgeklede oude heer mee, om eens lekker in de luxe bekleding van deze Frans Hals-trein te gaan snijden. Wie echter in de trein weet door te dringen, wacht een gratis avondkrant en hoeft vaak niet eens de "suppletie" te betalen.

Nu niemand ons meer komt verjagen, wandelen we, in afwachting van de trein, heen en weer over de verlaten uiterste punt van het perron. Die kleine loopjes, al pratend, terugkijkend op onze werkdag, kerven zich in mijn geheugen als onderstrepingen van de verleden tijd. Hier liepen we, op de stralende, warme zomeravond toen de golfoorlog net was begonnen, vlak voor mijn vakantie. We vroegen ons toen af hoe de wereld er drie weken later uit zou zien als we weer samen zouden zijn. P. voorspelde somber hoe alle leiders van de "vrije" wereld aanstonds zich in het stof zouden wentelen om de nieuwe dictator te vleien, maar hij heeft, gelukkig, deels ongelijk gekregen. En nu is er alweer een zomer voorbij. Het is donker, koud en mistig, maar alle treinen gaan op tijd. De express rolt binnen, P. stapt in en de deuren klappen dicht. Nog even kunnen we naar elkaar zwaaien. Vanuit zijn verlichte coupé achter donker glas kan P. mij nauwelijks door zijn eigen spiegelbeeld heen ontwaren. Ik zie hem scherp uitgelicht, donker omkaderd, onhoorbaar iets zeggen, afscheid nemen.

Van de gruwzame dromen spreek ik niet;
noch van die trap waarvan men plotseling
dreigt af te storten - want er is een tree
van weggehaald - noch ook van dat perron
waarlangs men radeloos met een koffer holt.
De klok verspringt: de Expres vertrekt. Straks staat
de liefste mens daarginds en wacht vergeefs.

[Ida Gerhardt, "Bij dag en nacht" uit "De zomen van het licht"]


PS: zo af en toe vindt iemand deze tekst via Google, als resultaat van een zoektocht naar een "zwart manchester jasje". Wie zo'n jasje zoekt kan terecht bij Jane & Barney, Markt 33, 6811 CJ Arnhem, telefoon 026-3526417