Home

Douwe

door FS / Johan Polak & Frans Goddijn
Frits, een vriend met wie ik veel samenwerk, stuurt een faxbrief, waarin hij met redenen omkleed meedeelt dat hij van het weekend niet zal langskomen. "Toen ik gisterenavond iets schreef over moderne gebouwen, die aan snelwegen verrijzen om de expansiedrift van accountantsbureaus een vorm te geven die onfnuikbaar zelfvertrouwen uitstraalt, werd ik door mijn zusje gebeld. Douwe, haar man, gaat binnenkort sterven. Douwe, failliet handelaar in bouwmaterialen, die zo zielsveel van zijn vak hield. Elke week een binnenvaartschip met cement, van Maastricht naar zijn zaak in Noord-Holland, dat behoorde tot zijn ondernemerstrots.

Het waren oude kinderen geworden
op weg naar huis, maar waar geen moeder wacht,
eens blinkenden, maar nu verdorden
en stromplend naar hun laatste nacht.

[M. Vasalis "Vergezichten & gezichten" (1954)]

Werkloos, driedelige pakken afdragend uit een vervlogen tijd, vervallen tot dronkaard, was hij soms nauwelijks meer herkenbaar. 'Nu hij ineens zo mager is geworden', vertelde mijn zusje, 'herken ik Douwe weer van toen hij jong was. Je weet hoe slecht het tussen ons was, maar we zijn zo leuk begonnen...' Moeilijke mensen, en moeilijk was Douwe, laten diepe sporen na in hun omgeving, ook van genegenheid. Mensen die ons het huilen vaak nader doen staan dan het lachen, bij leven en bij dood. Met even veel gemak als ik deze woorden neerschrijf, lijkt Douwe naar zijn einde te gaan. Zijn lever is op door de drank, waardoor hij zichzelf vergiftigt. De artsen willen zich niet aan koud water branden, ze houden zich op de vlakte: 'het kan weken duren, maar het kan ook een kwestie van uren zijn'. Douwe heeft zijn specialist bezworen om bij hem uit de buurt te blijven met hoorcolleges en fotoboeken over een vernielde lever. De jonge medicus, geschoold in patiënten-voorlichting en gezamenlijke besluitvorming, is verbouwereerd nu zijn terminale patiënt hecht aan onmondigheid - hij staat er dientengevolge als dokter alleen voor. Douwe is er rustig onder, lijkt wel te voelen dat hij aan het einde van de rit is gekomen.

Vroeger dacht ik dat Douwe een oud man zou worden, een patriarch, een West-Friese grootvader met vele kinderen en kleinkinderen. Dat lijkt niet te gebeuren. Ik had hem mijn verwachtingen zo graag gegund. Ik denk dat ik dit weekeinde in Enkhuizen zal doorbrengen".