Home


Columbus

Door Polak & Goddijn

Nadat de mensheid er bijna een half millennium niets van heeft willen weten, wordt nu toch beseft dat de ontdekking van Amerika iets, hoe weinig of hoe veel ook, te maken moet hebben gehad met de verdrijving van de Joden uit Spanje en Portugal in 1492, krachtens een door Ferdinand en Isabella - wellicht staat haar binnenkort een wonderlijke heilig-verklaring te wachten - uitgevaardigd edict. Zij wensten het Iberische schiereiland rein van Moren, na hun laatste bolwerk te hebben veroverd, en zeker rein van Joden, tenzij bekeerd tot de alleen-zaligmakende kerk. Columbus, misschien zelf van gedeeltelijk Joodsen bloede, in het openbaar echter een vroom en belijdend Katholiek, had het koninklijke hof al jaren benaderd met dolle plannen om het kruiden- en goudrijke Indië van het westen uit te bereiken. Hebben Columbus fantasieën voor ogen gestaan, zoals Arthur Rimbaud die in de zeventiger jaren van de vorige eeuw zo beeldend en aangrijpend heeft verwoord?

En sedertdien ben ik in het Gedicht verzonken
Der Zee, dat melkachtig met sterren is doorstraald,
En vreet het groen azuur; waar, dobber bleek en dronken,
Somtijds een mijmerende drenkeling in daalt;

Waar, plotseling de blauwten vervend, siddering en
Traag schokken in het goudrood van de dageraad,
Sterker dan brandewijn en grootser dan ons zingen,
De rosheid van de liefde wrang aan 't gisten gaat!

Ik ken de lucht die barst in bliksems, en de hozen,
Rollers en stromingen; ik ken de schemering,
Het als een duivenvolk verheven Ochtendblozen,
En zag soms wat de mens zag in begoocheling!

Ik zag de zon laag en gevlekt met gruweltekens
Haar schijnsel werpen, tot lang violet gestold,
Op wie acteurs van oeroude tragedies leken,
De golven, met geril van luiken aangerold!

[herdichting door Dr. Paul Claes]

Door Joods kapitaal gefinancierd en met Joodse kaartlezers en rabbijnen aan boord- vreemd genoeg vermoedelijk geen katholieke geestelijken- begon Columbus aan het grote avontuur. Het betekende de eerste vestiging van Joden in een onbekend land dat voor Oost-Indië werd gehouden en tenslotte West-Indië bleek te zijn. Zij hoopten verlost te worden van de Inquisitie - ingesteld om te onderzoeken welke Katholiek eigenlijk Joods was - de pijnigingen, het worgkoord en de brandstapel. Columbus bracht, behalve het verwachte goud en specerijen ook andere, materieel hoog te waarderen, zegeningen mee terug... syphilis, de ziekte die vanaf 1494 een zegetocht over het Europese continent begon en talloos veel slachtoffers heeft gemaakt. Reeds Erasmus, tijdgenoot, gewaagt in zijn brieven [14 augustus 1525 en 17 maart 1530 (aan een Pools edelman, respectievelijk aan een rector van een school in Keulen)] van deze nieuwe ziekte, 'scabies Gallica' [Franse schurft], of 'poscae Gallicae' [Franse pokken] genaamd, tengevolge waarvan het lichaam werd geteisterd door vreselijke zweren. Vier eeuwen later is de verwekker van deze kwaal ontdekt, de 'spirochaeta pallida' [de bleke kurketrekker]. Enige tientallen van jaren daarna ook het eerste geneesmiddel: Salvarsan. Dr. Paul Ehrlich, een geleerde, die om zijn Joodse afkomst geen hoogleraar kon worden, zette de eerste schrede op het gebied van de chemotherapie, nu gewoon, toen volslagen onbekend.

Full circle? De Joden eruit en de syphilis erin, de syphilis eruit en niet zoveel later opnieuw de Joden...

Er is weinig veranderd. Kort geleden nam ik de trein, voor een kleine ontdekkingsreis die zou voeren naar Aken, waar een computervriend informatica studeert. In dezelfde coupé zat Rabbijn J.S. Jacobs, lid van het Nederlandse Opperrabbinaat. Hij vertelde hoe moeilijk het is om in Nederland onderdak te vinden voor Joodse vluchtelingen die aan vervolging elders zijn ontkomen. Diezelfde week nog had hij vergeefs geprobeerd een tehuis in onze bewoonde wereld te krijgen voor een jong Joods echtpaar, dat was gearriveerd op een Nederlands station, hun bezittingen in hutkoffers opgetast, alle schepen achter zich verbrand. Geen enkele stad wilde hen herbergen - slechts in een ver, Fries dorp kon een vrije woning worden gevonden, van waaruit het moeilijk zal zijn voor het jonge gezin ons land te ontdekken. Maar ook de rabbijn zelf ontkomt niet aan discriminatie, al is deze somtijds aandoenlijk complimenteus geformuleerd: "wat spreekt U onze taal toch mooi, zonder accent!", zo wordt hem na een lezing in het land weleens verbaasd toegevoegd.