Home

Close

door Johan Polak & Frans Goddijn

In de hoogtijdagen van het nederlandse 'close reading' verschenen de eerste afleveringen van het tijdschrift MERLYN. Het ging om de tekst, de tekst alleen en het 'feitenaanbod' van de tekst. Bij de verklaring van een stuk proza of een gedicht mocht uitsluitend worden uitgegaan van datgene wat het tot de lezer had te zeggen. Een op zichzelf niet ongezonde reactie op de literatuurwetenschap, die tientallen jaren in zwang was geweest op de universiteit, slechts geïnteresseerd in 'levensfeiten' (waar hij/zij was geboren, waar hij/zij had gewoond, met wie hij/zij was getrouwd of niet getrouwd en waar een monument voor hem/haar was geplaatst. Tekst bleek bijzaak. Maar, zoals J.C. Bloem heeft gezegd, 'elke verandering is een verslechtering, zelfs een verbetering' (onze huurbaas waarschuwde deze week met een folder tegen verbouwingen zonder toestemming: 'elke door huurders aangebrachte verfraaiing is een wijziging, maar niet elke wijziging is een verfraaiing'. Zou hij Bloem hebben gelezen?). De interpretatie zonder gegevens van buitenaf kan leiden tot een verkeerde interpretatie. Een voorbeeld:

Schoon en stralend is, gelijk toen, het voorjaar,
koud des morgens, maar als de dagen verder
Opengaan, is de eeuwige lucht een wonder
Voor de geredden.

In 't doorzichtig waas over al de brake
Landen ploegen weder de trage paarden
Als altijd, wijl nog de nabije verten
Dreunen van oorlog.

Dit beleefd te hebben, dit heellijfs uit te
Mogen spreken, ieder ontwaken weer te
Weten: heen is, en nu voorgoed, de welhaast
Duldloze knechtschap-

Waard is het, vijf jaren gesmacht te hebben,
Nu opstandig, dan weer gelaten, en niet
Eén van de ongeborenen zal de vrijheid
Ooit zo beseffen.

(J.C. Bloem)

Het gaat om de regels 'wijl nog de nabije verten // dreunen van oorlog'. Het gedicht heet 'Na de bevrijding'. Toen waren de wapens toch neergelegd? Hoe kunnen dan de verten dreunen van oorlog? Dreunden die verten nog wat na? Een kladje met het handschrift van de dichter brengt uitkomst. Het is gedateerd 'Warnsveld 17 april 1945'. Inderdaad is op 17 en 18 april, vóór Warnsveld door de Canadezen werd bevrijd, nog hevig gevochten. Dit vers, een van de mooiste uit onze literatuur, had ingebeiteld moeten zijn in het monument op de Dam, in plaats van (om met W.F. Hermans te spreken) het 'zeeslangenproza' van A. Roland Holst.