Home

Büch

door Johan Polak & Frans Goddijn
De bibliofiele uitgave van een verhaal of een gedicht dat de kans krijgt zich over vele uitstalkasten van boekwinkels en antiquariaten te verspreiden en vanachter het glas de passanten bekijkt, is van een twijfelachtige rijkdom. Wat goed verkrijgbaar is, blijkt onverkoopbaar, maar het onverkrijgbare is gezocht. Er zijn dichters met een bibliofiel mysterie om zich heen. Stéphane Mallarmé hoort tot hen. Zijn << Après-midi d'un Faune >> is in 1876 voor de eerste maal verschenen: de eerste moderne luxe druk. Klein-in-folio, zorgvuldig dichtgesnoerd met één zwart lint en één lint van een liederlijk chinees rose, als om de zinnelijkheid van de verzen te bedekken en tegelijk aan te duiden. 'kostbaar als een zak bonbons', zoals de dichter zelf zei. Gezien het feit dat in 1883 een nieuwe druk nodig bleek en in 1887 een derde druk werd vervaardigd, zal de eerste druk korte tijd nodig hebben gehad eer hij zijn weg had gevonden naar verzamelaars die er hun verdere leven op zijn blijven zitten. J.H. Leopold hoort eveneens tot de geheimzinnigen. Zijn beste werk is uitgegeven in minuscule oplagen en tijdens zijn leven niet herdrukt. Wilde hij het grote publiek voor straf onthouden wat datzelfde publiek eerst had versmaad?

De meest door verzamelaars belaagde van allen is nu, als we zijn verzuchting in Het Parool van 13 oktober 1990 ernstig mogen nemen, de dichter, romancier, essayist en entertainer Boudewijn Büch. "Het moet afgelopen zijn", roept hij verbitterd en hij doelt op de krankzinnige prijzen, die worden betaald voor zeldzame uitgaafjes, feuilles volantes of bibliofiel gedrukte verzenbundels met werk van zijn hand. J.C. Bloem stelde echter al vast dat "gepubliceerde verzenbundels grafheuvels zijn voor wie ze heeft geschreven". Hij voegde daar nog aan toe dat hij tevens "had overwogen dat eenmaal gepubliceerd werk niet meer mij alleen toebehoort". Boudewijn Büch beschrijft, op de wijze waarop hij alleen dat kan, ineen notedop de drukgeschiedenis van zijn werk. Klagend en boos, maar toch met een onmiskenbaar zelfbehagen wordt hij, in het vuur van zijn betoog, als de predikant, die met zichtbaar genot de zonde in de gewaagdste kleuren afschildert, zodat de hel een veel aantrekkelijker oord gaat lijken dan de hemel!

All this the world well knowes yet none knowes well,
To shun the heauen that leads men to this hell.

(Shakespeare, sonnet 129)

Wie weet die hel te vermijden wanneer hij de volgende regels van Boudewijn Büch heeft gelezen, typografisch vorm gegeven, gezet en gedrukt op de handpers van de meesterdrukker Ger Kleis en zich daarmee in de hemel waant?

ondanks dat sterven op reis leek weg
te groeien, is één van hen de dood:
de vader draagt een zeis en wat te hoog
bloeit zal hij snoeien. Terwijl de jongen
onhoorbaar in de afstand praat, snijdt
ijzer door wat aan de wegkant staat

(NOHANT)

Zoiets wil je toch hebben, ook in de meest patserige editie?