Home

Bom 2

door Johan Polak & Frans Goddijn

Wij smeken U

Lam, Lam, o Lam, met al Uw bloed,
toe doe het eens een keer,
en gooi die bom: als U het nu niet doet,
dan doet U het niet meer.

[Gerard Reve]

Het bovenstaande citaat is teruggevonden! Zo lange tijd was het verloren, dat het wel een fantoom, een fictief gedicht leek te zijn. Jan Ypinga, onvermoeid zoeker in de tuin der letteren en op weg een ingezonden-brieven-autoriteit te worden (het resultaat van zijn speurwerk naar aanleiding van de Büch/Holman polemiek was in zijn detaillering minstens zo aardig als de openbare woordenwisseling waarbij het een voetnoot werd) kon ditmaal geen opheldering verschaffen, maar hij wees wel in de goede richting. Hij vermoedde al dat mijn geheugen slecht is, getuige zijn afkeurende woorden over het citaat zoals ik me dat herinnerde: "De - zeker voor Reve - onbeholpen stilering van 'gooi nou toch eindelijk die bom' doet vermoeden dat het een interview-citaat betreft", zo schrijft Ypinga. "Ik herinner mij overigens wèl dat Reve poneerde: 'Ik vind dat de atoombom binnen het bereik van de man met de kleine beurs moet worden gebracht'[1982]. Gezien de verwantschap van beide regels is het niet ondenkbaar dat de datering identiek is: begin tachtiger jaren, de tijd van het maatschappelijk krakeel rond de stationering van de kruisraketten". In een naschrift geeft Ypinga nòg een literair "bom"-citaat: "In 'Een heilige van de horlogerie' (1987) levert W.F. Hermans een cynisch commentaar op de bom, wanneer hij verzucht: ' 't is toch om elke illusie kwijt te raken dat er, wanneer de volgende oorlog met atoombommen een einde maakt aan het leven op aarde, nog iets van waarde verloren gaan zal (...)".

Een andere lezer, Hans Evers, was het die bovenstaande verlossende regels van Gerard Reve opdook, uit "Tirade" no. 300 [1985]. Over de eenvoudige stijl van het gedicht schrijft Evers, alsof hij de hierboven geciteerde brief heeft gezien, "Reve zelf gaf over de begrijpelijkheid van zijn poëzie het volgende ten beste: 'Ik ben heel nadrukkelijk opgevoed in de opvatting, dat ook de eenvoudigste mens de diepzinnigste zaak kan begrijpen. 'Een keukenmeid moet de staat kunnen besturen', meende Lenin. Zijn staat is er dan ook naar".

Stefan George die het niet langer kon uithouden in het verburgelijkte Duitsland van zijn tijd en een goed heenkomen had gezocht naar Wenen, zou over zijn vaderland hebben uitgeroepen: "Ich hätte eine Bombe geworfen"... In dit literaire bommentapijt heeft hij daarmee het laatste woord.