Home

Bezohlt

door Johan Polak & Frans Goddijn
-Geheel buiten zijn wil schoot zijn been uit, een soort jeuk openbaarde zich in de aanhechtingsplaats van zijn beenspieren, en hij schopte tegen het trapje, met volle kracht. Zo geschrokken was hij, dat hij werkeloos toezag hoe zij viel, in een gekromde, verdraaide houding, zonder te gillen (.....) `Hoe heb je dat kunnen doen...' -- Een kortdurend moment ontmoette hij haar ogen, groot van ontzetting.'' [Simon Vestdijk, Op afbetaling].

``Reeds de ouden'', zo schrijft mijn geleerde vriend Leo, ``hadden een huisspook, de zelfkweller genaamd. Met deze ben ik goed bekend''. Immanuel Kant gaf aanwijzingen hoe het monster moet worden verdelgd. Spartaanse, zelfkastijdende methodes, vergelijkbaar met de ijskoude buikwassingen, die ooit gezond werden geacht ter versterking van de wilskracht van opgroeiende jongens. Wanneer vervolgens tegelijk met hun beddegoed, hun ziel tegen het licht werd gehouden, kon worden vastgesteld of zij voldoende weerstand hadden opgebouwd tegen onkuise verlokkingen.

Op een gure dag in december liep Leo met zijn vriendin in Londen door een van de zijstraten van Shaftesbury Avenue. De thermometer wees lichte vorst aan, maar er stond een snijdende wind die hen deed huiveren. Iets na het middaguur - de grootste drukte in de cafés was voorbij - liepen ze langs een pub en werden bevangen door een onweerstaanbare begeerte naar hot kidney-pudding, die achter het raam werd aangeprezen. Het café was bijna leeg toen zij er binnenliepen. Nog één bezoeker, een oude, wat afgeleefde man in werkkleding zat naast de deur van de wc somber voor zich uit te staren, zijn handen rond een volle pint bier.

De kidney-pudding viel tegen, zoals dit gerecht in een Londense pub altijd wat tegenvalt en warm was hij evenmin, maar, zoals mijn moeder in goed jiddish placht te zeggen: `es ist bezohlt, es soll hinunten'. Toen de pudding op was en Leo even naar het toilet wilde gaan, gleed zijn blik weer langs de oude man in de hoek. Van het bier had hij nauwelijks gedronken. Leo wilde de deur van het toilet achter zich sluiten, toen hij de kreet hoorde van iemand die luid naar adem hapte. Geschrokken zag hij dat de glazen bierpul was omgevallen: het bier sijpelde in de schoot van de oude man. Leo moest tegen het tafeltje hebben gestoten en stamelde geschrokken, eerst in het nederlands en toen in het engels, een verontschuldiging. ``Mijn slachtoffer'', zo schrijft Leo, ``hield mij af en sprak, bedrukt maar zeer beslist: -- no, Sir, it's just an accident'. Hij herhaalde dit toen ik nogmaals mijn excuses wilde maken. In verwarring keek ik naar mijn vriendin, maar ook die beweerde, tot mijn verbazing, dat ik er niets aan kon doen. Niet overtuigd, bood ik de man een biljet van tien pond `for a taxi home'. Dit werd hem teveel. Opnieuw weigerde hij beslist, stond op, trok een korte zeemansjekker aan en stapte tot mijn ontzetting naar buiten.

Nu, meer dan vijftien jaar later, zie ik hem in gedachten nog wel eens de pub verlaten met zijn drijfnatte broek die zonder enige twijfel na enkele minuten om zijn lijf heen zal bevriezen. Telkens wanneer ik mijn reisgenote van toen er naar vraag, blijft zij volhouden dat ik mijzelf niets had te verwijten. Maar waardoor viel die bierpul om? Naarmate de tijd verstrijkt, groeit de zekerheid dat ik die bierpul heb omgestoten en maak ik mij het stil verwijt dat ik een arme werkman, in peilloze somberheid verzonken, met zijn natte kleren de vrieskou heb laten ingaan.''