Home

Ballen

door Johan Polak & Frans Goddijn
Naar Vlieland gaande, dreigde ik te worden afgesneden van communicatiemiddelen zoals tekstverwerker en faxapparaat. Maar ik had het geluk van twee goede vulpennen, een blok lijntjespapier, terwijl ik in het dorp een potje diepzwarte inkt vond en de lieve receptionistes van hotel Seeduyn bereid bleken de arme faxverslaafde dagelijks toegang te verschaffen tot hun machinerie.

Daardoor greep ik, wanneer ik maar even stil zat, meteen pen en papier om dagboekaantekeningen uit te wisselen met mijn maat op kantoor. "Lieve J.", schreef ik op 3 augustus, "ik zit op het terras van een voormalig posthuis. Zou de fax eerder zijn uitgevonden, dan had hier nooit zo'n gigantisch pand gestaan, alleen een faxkiosk. Mijn dochter is hier, maar vertrekt zo dadelijk voor een pony-tocht langs het strand. Rechts van ons zit een moeder stoofheet, strak, gitzwart gekleed, met henna-bruin haar en buitenzinnige zonnebril, haar zoontje te vervloeken: 'dat ontevreden rotbekkie van jou, ik ben het ZAT!' Links een tweetal snoepende bejaarde heren. Hun witte jakjes en blouses, die eens ruim vielen, zitten gespannen om hun bolle lijf. Ik wijs mijn dochter op de stoet pony's die vanuit een weiland naar de manege worden geleid: 'Kijk, daar komen de knollen. Pak je zweep en sla derop, er is voor betaald!'

Op mijn dochter maken deze woorden geen enkele indruk, maar de bejaarden zijn geschokt. Ik leg hun uit dat ik bang ben voor paarden, maar niet als doetje wil worden gezien -- vandaar die gespierde taal. De oudjes lachen niet van harte. De zwarte moeder, haar kapsel in een hoog knotje met wild loshangende sliertjes eromheen knuffelt haar jongen, niet zonder een nieuw repelement: 'lieverd, eet met je mond dicht en kauw ECHT'. Zij verleent dit kleine eiland vol kalme, nette, wat zuinige vakantiegangers, een ongedurige allure. Nu staat ze op en schrijdt heen, met een trotse gang, heupen dansend, buik vooruitgestoken, hoofd doodstil, alsof ze boven op haar kruin een onzichtbare mand vol rijpe vruchten torst."

De flamboyants ontluiken groen en rood;
Onder hun lommer zal de markt beginnen.
Wijdbeens gaand, balanceren negerinnen
De vruchten op haar hoofd en van haar schoot.

In het goedkoop hotel van Boabdil
Blijven de blinden dicht, de gangen stil;
Alleen een boy gluurt door gescheurde deuren,
Maar ziet -- het is te vroeg -- nog niets gebeuren.

Eindlijk, aan 't hoogste raam strekt zich, nog loom en
Voor veertien jaar en een creoolse, groot,
Dolores, in 't halfdonker, schouderbloot,
En doet haar haren in den ochtend stroomen.

[J. Slauerhoff, De Ochtendzon]

Precies een maand later ontvangen we bij de post een kaart van Aly, de juffrouw Engels van mijn kinderen. "Pauze op het schoolplein. Ik zit op een van de 'grafstenen', op de andere zit je dochter haar sommen te maken. Om mij heen plukharen de meiden en de jongens van de zevende klas. Een jongen betrekt mij in het stoeien maar ik delf al gauw het onderspit. Dan kijkt je dochter van haar werk op en zegt: 'kom op, juf, schop hem tegen z'n ballen!' 'Maar, mevrouw Goddijn, ik hield U voor een dame!' roep ik geschrokken. 'Nee hoor,' zegt ze stralend, 'dat ben ik helemaal niet'!