Home

Aquarium

door Johan Polak & Frans Goddijn
De kleine, ruim ingerichte computerwinkel heeft een voorpui van glas en een glazen vitrine neemt een hele wand in beslag, waardoor de zaak iets aquarium-achtigs heeft gekregen. Ik stap binnen. De jonge verkoper doet iets aan zijn computer op de toonbank. Hij beantwoordt mijn daad, mijn binnentreden, met een secondenlange bewegingloze stilte... de klant moet niet denken dat er op hem wordt gelet! De winkel mag uitgestorven lijken, er is veel te doen en dat betreft heel wat belangrijker zaken dan ik denk. De deur was niet op slot, maar dat wilde beslist niet zeggen dat de winkel open is. De verkoper besluit zijn theatrale zwijgen met een akkoord op zijn toetsenbord, eer hij zijn rug recht en mij begroet. "Zo! goedemorgen!" zegt hij, op de toon van een winkelbewaker, die een dief op heterdaad betrapt. "Ook goedendag," mompel ik schuldbewust, wel aanvoelend dat ik fout ben, en dubbel fout omdat ik mijn zonde niet zo een-twee-drie zou kunnen verwoorden, "heeft U voor mij een printerkabel?" Daar ziet de sales manager zijn kans schoon om de klant, die blijkbaar naar behoren is geschrokken van zijn eerste approach, al meteen een stuk verder in de mangel te nemen: "Wat voor printerkabel? Een gewone, of...?" Hier moet ik even denken aan mijn kameraad, die, als docent klassieke talen op een hoofdstedelijk gymnasium, zijn leerlingen in het examenjaar bezwoer om tijdens het mondeling tentamen, ten overstaan van de Rijksgecommiteerde, beslist niet te antwoorden met "Nou, gewoon een aoristus", op de vraag wat voor een tijdsbepaling in de gegeven passage kan worden aangewezen. "Onthoud goed, lieve kinderen," had mijn kameraad ze op het hart gedrukt, "voor mensen zoals de Rijksgecommitteerde en ikzelf zijn alle aoristussen "gewoon", ook de ongewone!"

"Gewone kabel? Die hebben wij momenteel niet op voorraad. Onze huidige kabels zijn achttien meter lang. Als het goed is," sprak hij met een gezicht waarvan de hoog opgetrokken wenkbrauwen zeiden dat het helemaal niet goed is, "worden ze volgende week geleverd. Hij haalde diep adem, alsof hij alpenlucht opsnoof, de geur van macht. In de Vietnam-film "Apocalypse Now" spreekt een Amerikaanse officier over de napalm-geur, die hem op een gewonnen berghelling omhulde: "the smell of... of victory!" De verkoper had zijn klant als een vis op het droge gelegd, de kleine klant die het lef heeft zijn overpeinzingen te storen voor een tientjes-aanschaf. "Maar ik heb de kabel nodig voor de printer die ik gisteren bij U heb gekocht! Kunt U mij niet een van de vele kabels verkopen die hier aan Uw eigen printers zijn verbonden?" "Daar kunnen wij niet aan beginnen, dat zou niet aardig zijn tegenover de klant die hier vandaag een printer mét kabel wil komen halen. Ik heb hier Uw nummer en U hoort nog van ons", zei de verkoper, en maakte aanstalten om door de klapdeuren in de winkel naar een andere ruimte erachter te verdwijnen, naar het paradijselijke winkelgedeelte dat zorgvuldig klantvrij wordt gehouden. Daar hangt de spiegel waarin hij, als hij er zo op af loopt, op zijn voordeligst uitkomt: een bandplooispijkerbroek die langs zijn slanke taille omhoog wordt gehouden door wild gekleurde bretels welke gedurfd over zijn ruim vallende blouse zijn gespannen. Naast de spiegel hangt een nagelschaartje, waarmee hij zijn roze snor kan tonsilleren, terwijl hij tot zichzelf mompelt "Salesman. Computer Marketing Representative". Thuis heeft hij zich glad geschoren en zijn kaken uitbundig gelaveerd met de geur van de man die het breed heeft. Pas wanneer de discrete deurgong heeft verteld dat ik ben verdwenen, schuift hij weer zijn showroom binnen, om ongestoord een beeldscherm te kunnen poetsen en te genieten van serene rust. In gedachten laat hij zijn droomvriendin binnenstappen. Zij kijkt vol opwinding en met ontzag naar zijn ravissante verschijning en naar zijn computerpark. "Heb je enig idee wat dit setje kost?", vraagt hij haar, terwijl hij een turboknop aanzet. "Nee," bekent ze ademloos, "duizend gulden?", om hem een plezier te doen. Hij lacht, terwijl hij zijn hand op een systeemkast laat rusten. "Nee, dit geintje komt toch al gauw op zo'n -" en dan volgt een veelvoud van zijn maandsalaris. Ik had zijn droom verstoord.