Home

Allure

door Johan Polak & Frans Goddijn
Lang geleden, toen het nog mogelijk was met Gorter te dwepen - wat droef dat ook dat is voorbij gegaan - kwam ik eens op vriendschappelijk bezoek bij mijn huisarts, met wie ik 'n sterke band had. We deelden een gemeenschappelijk oorlogsverleden (later is hij op alyah gegaan en in Israël gestorven). De gastheer bleek die dag wat over zijn toeren, want hij voelde zich diep gekwetst in zijn socialistische overtuiging. Hij, die zich geestelijk laafde aan Henriëtte Roland Holst, Herman Gorter, Adama van Scheltema en de Joods-socialistische dichters van zijn tijd, had iets verschrikkelijks beleefd. Op de radio had hij een vraaggesprek beluisterd van een Nederlandse reporter met een van oorsprong vaderlandse auteur, die nu was omgeven door de allure van internationale faam. Aan het einde van dit gesprek had de schrijver gelegenheid gekregen om nog iets te zeggen, een boodschap mee te geven, voor het ganse Nederlandse volk. "Ja, ze kenne de kelere krijge!", luidde de uitroep waarmee de uitzending werd besloten. (Die antipathie in den vreemde staat niet op zichzelf, want ook een Amerikaanse ster-artiest, Frank Zappa, heeft een gloeiende hekel gekregen aan de Hollanders na een paar aanvaringen met in zijn ogen kleinzielige orkestleiders. Toen Zappa zíjn groet voor de Nederlanders mocht uitspreken, zei hij, kalm, sonoor, met zijn donkere grijns, "Fuck you, guys!"). De arts was echter ontroostbaar en al helemaal niet gediend van mijn spontane lachbui om de zo kernachtig geformuleerde wens van verre. Ik kon pas weer genade vinden in zijn ogen, toen het mij met enige moeite lukte uit mijn hoofd een van de mooiste gedichten die Gorter ooit heeft geschreven voor te dragen:

De dag gaat open als een gouden roos;
ik sta aan 't raam en zend mijn adem uit,
het veld is stil, en nauwlijks één geluid
breekt naar het koepelblauw bij tussenpoos.
En in mijn kamer, als een donkre doos,
waarvoor de parels hangen aan de ruit,
ga 'k heen en weer, tot waar mijn wandling stuit,
en ik bij donkren wand diep peinzend poos.
Ik heb 't gevonden, het menschengeluk,
al moest ik worden vier en dertig jaar
eer ik het vond, en ging veel trachten stuk
in spannend worstlen en ijdel gebaar.
Maar zoo zeker als daarbuiten de zon de
wereld befloerst, heb ik 't geluk gevonden.
[Herman Gorter]