Home

Aken 1

door Johan Polak & Frans Goddijn
Het hotel in Aken heeft sinds kort geen portier meer. De laatste, die deze taak van verwelkomer, uitzwaaier en vertrouwensman vervulde, is met pensioen gegaan. Hij bleef kalm, wat er ook gebeurde in de tijd die hij zag verstrijken, zelfs toen een in hagelwit geklede stoet woestijnprinsen arriveerde, elk met een jachtvalk op de schouder.

Eenmaal binnengekomen, vinden wij de receptie, 'bemand' door een jonge vrouw achter een kubusvormig beeldscherm, met een toetsenbord zo dik dat het een bomaanslag zou kunnen doorstaan. We ontvangen elk een kamersleutel, groot en zwaar alsof wij er de stadspoort mee moeten openen. Mijn kamer is eenvoudig en zwelgend in ruimte: de garderobe is een kamer op zichzelf, de slaapkamer biedt één bed om in te slapen, één om in te ontwaken. De badkamer doet een kuur-zwembad concurrentie aan, maar nodigt door zijn koelte en metershoge vensterraam nauwelijks tot ontspanning. Langs een wand strekt zich een spiegel. In onbarmhartig scherp licht oogt de gast alsof zijn laatste dag is aangebroken. J's kamer is kleiner en knusser ingericht, met twee televisietoestellen waarop weinig valt te zien. We eten in het restaurant, waar ons verrukkelijke gerechten worden voorgezet. Elke gang komt onder zilveren stolpen, die door serveersters met enig élan voor ons worden weggenomen. Wanneer het toetje is verorberd, is ook de avond voorbij.

De volgende dag ontbijten we samen met Martin Pauly, een gemeenschappelijke vriend, eerstejaars student aan de technische universiteit. Martin publiceerde als gymnasiast reeds gespecialiseerde computerboeken en kan dankzij royalties vrij goed rondkomen - op zijn kamer bevindt zich meer hardware dan menig automatiseerder op kantoor heeft staan. Terwijl J in het hotel werkt aan een lang artikel voor een geleerd tijdschrift, breng ik een dag door met Martin. Op zijn kamer laat Martin mij een inwijding ondergaan in de fantastische mogelijkheden van LaTeX, oude reus onder de tekstverwerkers, en hij demonstreert een vliegsimulator. Computerscherm wordt cockpit, uit luidsprekers rondom ons klinken straalmotoren en het zoemen van een inklappend landingsgestel, terwijl we 'opstijgen' onder goedkeurend gemompel van de verkeerleiding.

We lunchen in de mensa en nemen elk een piepschuimen dienblad met kuiltjes, waarin door keukenjuffrouwen vlug onze gerechten zijn geworpen. We moeten onze dienbladen snel wegpakken, omdat er anders nieuwe op worden gelegd. Het valt mij op hoe oud de studenten zijn - gemiddeld vijfentwintig jaar - en tegelijk hoe kinderlijk. Er wordt snel gegeten, nauwelijks gepraat. Folders met goedkope computeraanbiedingen worden gretig gelezen of als servet gebruikt. Wie klaar is, stapt op en ontdoet zich van zijn eetgerei. Drie manshoge vuilnisbakken staan hiertoe gereed en een plexiglazen valluik in de wand. De een gooit alles - dienblad, etensresten,bestek - in de vuilnisbak, de ander werpt de resten in de emmer en laat het plastic achter het luik zakken. Wij keilen alles achter het plexiglas, waar een kokend hete waterval zich erover ontfermt en het meeneemt in een diep, traag stromend huishoudkanaal. Niemand weet waar dat heenvoert en niemand die het iets uitmaakt.