Home

Adespota

door Johan Polak & Frans Goddijn
Een jonge vrouw in bloemetjesjurk vulde de spelonken van het station met de zware, zoemende klanken van haar cello. Tegenover haar waren nieuwe telefoontoestellen gemonteerd. In een ervan schoof ik 'n plastic kaartje en toetste het numer in dat ik jaren niet had gekozen, dat bijna in mijn geheugen was vergaan, maar waarvan de getallen mij nog in de vingers zaten. Ginds is men gewoon de telefoon te beantwoorden met een kort, gereserveerd: "hello?". Dit, gevoegd bij het grote tijdsverschil, gaf onzekerheid en ik maakte mij bekend aan de bijna-leegte - "met Rob, bellend vanuit een betonnen buis in Nederland, met magnetisch krediet, begeleid door een celliste!" Het argwanend antwoord kwam na een korte pauze, vlak voordat de verbinding werd beëindigd - "is this a recording?"

Ik draai gestadig de getallen.
Steden en straten zijn vervallen

opdat de éne mag verschijnen
die in het kruispunt is der lijnen.

Ik draai gestadig de getallen

en er verduisteren blokken huizen,
dat, waar de laatste lijnen kruisen,

moge verschijnen huis en raam.

Daar, achter het verlichte raam,

is, in het hart van de getallen,

de stem - de enige van allen.

[Ida Gerhardt, INCANTATIE]

Veel later richtte ik een korte brief aan het postbusnumer in Los Angeles. Het antwoord was nu iets langer: "Rob. Ik was aangenaam verrast te zien dat ik nog steeds op je adressenlijst sta: verdrietig echter dat het alleen is om mededelingen te doen. Misschien kan je mij per kerende post vertellen hoe, wat en waar over jezelf. Mijn woonadres is ---" Ik schreef onmiddellijk terug: "de reden voor de koele toon en het algemene van mijn brief was dat mijn laatste bericht in een zwart gat viel, zonder enige weerklank. Het heeft geen zin persoonlijk te worden in een document dat uiteindelijk zal worden geopend en verslonden in de nacht door een kleine kring van half-geïnteresseerde postbeambten, die het voogdijschap op zich hebben genomen van ADESPOTA brieven. Wat hadden zij moeten denken van mijn beschrijving, in tedere terugblik, van het sleutelmoment in onze vriendschap, toen ik, hongerend naar aanraking, je slaapkamer blindelings binnentrad en vroeg om gekoesterd te worden en jij, even later, langs je neus weg verzuchtte 'dat ik mijn rol zo goed had gespeeld'? Deze brave lui zouden naar huis terugkeren, onbeholpen zenuwachtig en ontroerd, om van hun verlegen echtenotes diensten te verlangen waarover men op straat maar zelden spreekt..."