Home


Kostverlorenvaart


View Larger Map


De Kostverlorenvaart is in de vijftiende eeuw gegraven om de afwatering van het Hoogheemraadschap van Rijnland op het IJ te verbeteren. Omdat hiermee een ongewenste open verbinding met het buitenwater ontstond, werd de vaart afgedamd.

Het Hoogheemraadschap Rijnland was steeds op zoek naar afwateringsmogelijkheden voor nieuw ontgonnen land. Toen in 1413 Graaf Willem VI toestemming verleende om vanaf De Nieuwe Meer en De Schinkel een wetering met spuisluizen naar het IJ te graven, protesteerde Amsterdam hevig. Er bestond namelijk het gevaar dat in die roerige tijden een vijand de stad onder water kon zetten via die sluizen. Amsterdam sloot dan ook de wetering af, en ondanks een proces van Rijnland bleef de wetering dicht. Omdat daardoor de wetering en de sluizen onbruikbaar werden, was dit verspilling van geld ofwel verloren cost. Zo is de naam Kostverloren te verklaren.

Toen de stad Amsterdam enige decennia later vanaf het Singel een vaart groef langs de Heiligeweg (de Heiligewegse Vaart) naar de Kostverlorenvaart, en er daarmee een open scheepvaartverbinding ontstond tussen Amsterdam en het Haarlemmermeer en verder naar Leiden, kwam de stad Haarlem hiertegen in het geweer, omdat de grafelijke tolrechten op het verplichte scheepvaartverkeer door het Spaarne hiermee omzeild dreigden te worden. De Haarlemmers sloegen in 1434 palen in de Schinkel om zo de doorvaart te verhinderen. Op last van de graaf van Holland werd vervolgens een afdamming gemaakt tussen de Kostverlorenvaart en de Schinkel.

Om toch nog (klein) scheepvaartverkeer tussen Amsterdam en het Haarlemmermeer mogelijk te maken werd op de dam een overhaal ('overtoom') gelegd. De buurt hieromheen werd de Overtoomse Buurt.

Toen na de omwenteling van 1795 de oude tolrechten vervielen, kon de dam in 1808 door een schutsluis worden vervangen. In 1940 kwam ter vervanging hiervan de Schinkelsluis, even ten noorden van de Nieuwe Meer, in gebruik. Sindsdien gaan Kostverlorenvaart en Schinkel gewoon in elkaar over ter hoogte van de brug naar het Surinameplein, die nog steeds Overtoomse Sluis heet.

Tussen de 17e en 19e eeuw stonden er veel (zaag)molens langs de Kostverlorenvaart. Hiervan is er nu nog één overgebleven, Molen De Otter. Ook waren er veel andere industri‘le activiteiten waarvoor in de toenmalige stad geen plaats (meer) was. Veel hiervan verdween in de 20e eeuw toen de vaart geheel binnen de stad kwam te liggen.

De Kostverlorenvaart wordt nog steeds gebruikt voor goederenvervoer over het water, een functie die de stadsgrachten verloren hebben. Ook veel plezierjachten maken gebruik van deze verbinding tussen de Ringvaart van de Haarlemmermeer en het IJ, die een onderdeel van de Staande Mastroute vormt.

Over de vaarroute Schinkel - Kostverlorenvaart - Kattensloot - Singelgracht - Westerkanaal ligt een groot aantal beweegbare bruggen: Schinkelbrug (Ringweg Zuid (A10)), Zeilbrug, Fietsbrug Vondelpark, Overtoomse Sluis, Kinkerbrug, Wiegbrug, Beltbrug, Brug Kostverlorenstraat, Kattenslootbrug, Willemsbrug, Spoorbrug Singelgracht en de Westerkeersluisbrug.

Tot 1921 vormde de Kostverlorenvaart over een groot deel van zijn lengte de oostelijke gemeentegrens van Sloten enerzijds en Nieuwer-Amstel en Amsterdam anderzijds. Tegenwoordig is het grotendeels de grens tussen de stadsdelen De Baarsjes enerzijds en Oud-West anderzijds.

(Bron tekst: Wikipedia. English translation from jlgrealestate.com)